Continue glykemiemonitoring door zorgverstrekkers, voldoende bij bejaarden met type 2-diabetes die worden behandeld met insuline? (ADA 2021)
12/07 - Oudere patiënten met type 2-diabetes die worden behandeld met insuline, ontwikkelen vaker een hypoglykemie, maar voelen de hypoglykemie minder goed. Professionele continue glykemiemonitoring (CGM-P), een systeem van CGM dat door de patiënt wordt gedragen gedurende twee weken, is belangrijk geworden bij de detectie van episoden van hypoglykemie, die anders zouden worden gemist. Het is niet bekend hoe vaak CGM-P wordt gebruikt in die specifieke patiëntengroep.
Amerikaanse vorsers hebben de elektronische gezondheidsdossiers van januari 2017 tot maart 2020 uitgepluisd om het gebruik van CGM-P bij patiënten ≥ 65 jaar met type 2-diabetes die werden behandeld met insuline, in een tertiair centrum te evalueren en om episoden van hypoglykemie te detecteren.
De vorsers hebben geanalyseerd of er voldoende gegevens beschikbaar waren (gedefinieerd als ≥ 70% van de beschikbare gegevens, dus ≥ 10 dagen follow-up) en hebben de tijd in hypoglykemie (glykemie < 70 mg/dl en < 54 mg/dl), de duur van nachtelijke episoden van hypoglykemie (tussen 22 en 6 uur) en de variatiecoëfficiënt (een maat van de variabiliteit van de glykemie) berekend. Een variatiecoëfficiënt van 36% of hoger wijst op sterke schommelingen van de glykemie en dus een hoger risico op hypoglykemie.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen