Cardiovasculaire preventie - Moeten we de patiënten of de individuele risicofactoren behandelen?
De cardiovasculaire preventie is de laatste jaren flink verbeterd, gedeeltelijk dankzij een wijziging van het eetgedrag, maar dat volstaat niet. Hart- en vaataandoeningen zijn wereldwijd nog altijd een belangrijke doodsoorzaak. Een mogelijke verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat de patiënt niet voldoende in zijn geheel wordt behandeld. De hypertensie wordt behandeld, maar wat met de andere cardiovasculaire risicofactoren? Zijn ze belangrijk? Hebben ze invloed op de prognose? Hoe meten we die risicofactoren? Antwoorden door prof. Fabian Demeure (UCL Namur).
prof. Fabian Demeure
Tussen 1990 en 2019 is het aantal mensen met een hart- en vaataandoening wereldwijd gestegen van 270 naar 523 miljoen. De sterfte is gestegen met bijna 50%, van 12,1 naar 18,6 miljoen. In 1990 waren de corrigeerbare cardiovasculaire risicofactoren (in dalende volgorde van belang) een hoge systolische bloeddruk, een ongezonde voeding, een hoge LDL-cholesterolconcentratie, luchtvervuiling en roken. Dertig jaar later is die rangschikking niet wezenlijk veranderd met uitzondering van de vijfde plaats, die nu wordt bezet door een hoge BMI.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen