Congres  >   Symposium "Preventie" 2024  >  Preventie: een uitdaging voor de volksgezondheid tussen fragmentatie en ongelijkheden

Preventie: een uitdaging voor de volksgezondheid tussen fragmentatie en ongelijkheden

BRUSSEL 27/11 België heeft een negatieve balans op het vlak van preventie: naar schatting 40.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar worden toegeschreven aan een gebrek aan preventie en de levensverwachting in goede gezondheid daalt met 12 jaar voor de minstbedeelden. De oorzaak: een gefragmenteerd preventiesysteem, sociale ongelijkheid en onvoldoende aandacht voor de determinanten van gezondheid. Op het symposium over preventie dat Onafhankelijke Ziekenfondsen op 26 november organiseerde, presenteerden deskundigen ideeën over hoe het beleid effectiever kan worden gestructureerd.

© C.S.
© C.S.
België loopt achter op het vlak van preventie en volksgezondheid. Het besteedt momenteel amper 2% van zijn gezondheidszorgbudget aan preventie, volgens de Onafhankelijke Ziekenfondsen, wat minder is dan de doelstelling van 5% die de WGO vooropstelt. Ons land zit ook onder het Europese gemiddelde van 3%. Als er meer middelen zouden kunnen worden geïnvesteerd in ziektepreventie (ten minste 3% van het totale gezondheidszorgbudget), zou dat een win-winscenario zijn, waarbij elke euro die in preventiemaatregelen wordt geïnvesteerd zeer rendabel zou zijn. 
 
"Als we over preventie praten, hebben we het over niet-overdraagbare ziekten en chronische aandoeningen," benadrukt Xavier Brenez, Managing Director van Onafhankelijke Ziekenfondsen. "De prevalentie ligt in België rond de 20% en is een belangrijke oorzaak van het verlies van gezonde levensjaren. Chronische ziekten zijn nauw verbonden met een hele reeks gezondheidsdeterminanten", voegt hij eraan toe. 
 
"We weten dat 86% van de sterfgevallen verband houdt met chronische ziekten, waarvan de belangrijkste oorzaken tabaks- en alcoholgebruik zijn, maar ook voeding, een zittende levensstijl en klimaat- en omgevingsfactoren. Daarnaast tonen verschillende onderzoeken aan dat ons gezondheidszorgsysteem tot 30% van de gezondheid van mensen beïnvloedt. Genetica speelt een rol, maar onze gezondheid wordt bepaald door de determinanten van gezondheid," vervolgt de directeur van Onafhankelijke Ziekenfondsen.
 
Hoe kan de preventieve aanpak worden verbeterd?
 
Met het oog op deze vaststelling heeft de FOD Volksgezondheid, in samenwerking met de WGO, de huidige situatie in kaart gebracht om concrete aanbevelingen te formuleren voor beleidsmakers en op gepaste wijze te reageren op de geïdentificeerde uitdagingen," legt Anne Swaluë van de FOD Volksgezondheid uit. 
 
De vraag van het symposium is niet of preventie belangrijk is, maar eerder hoe we de structuur van ons gezondheidszorgsysteem kunnen verbeteren om tot een betere preventieve aanpak te komen.
 
Acteren op drie niveaus
 
Xavier Brenez wijst erop dat we op drie niveaus moeten handelen
 
1. Macroniveau: een verenigd strategisch kader
De ontwikkeling van nationale gezondheidsdoelstellingen is een belangrijke stap. Deze moeten meetbare indicatoren bevatten en interinstitutionele samenwerking aanmoedigen. "We moeten een meer multidisciplinaire visie op preventie aannemen, in plaats van een silo-benadering, met het oog op "gezondheid in al het overheidsbeleid", zoals huisvesting, milieu of stadsplanning", legt Anne Swaluë uit. 
 
2. Mesoniveau: lokale initiatieven versterken
Regio's en gemeenten spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van het preventiebeleid. Het voorbeeld van de gemeenteraad van Cork in Ierland, dat op het symposium werd voorgesteld1 , toont de doeltreffendheid van proactief lokaal bestuur aan. In België kunnen lokale gezondheidsplannen specifieke maatregelen bevatten, zoals het bestrijden van nieuwe vormen van roken of het bevorderen van lichaamsbeweging in de meest achtergestelde wijken.
 
3. Microniveau: werken met individuen
Initiatieven gericht op individueel gedrag, zoals de initiatieven die in Duitsland zijn geïmplementeerd om obesitas te voorkomen, kunnen effect hebben. In België is het verbeteren van de toegang tot screening, zoals de colorectale kankerkits die verkrijgbaar zijn in apotheken, een goed voorbeeld. Tot slot is ondersteuning van de geestelijke gezondheid van gezondheidswerkers een prioriteit op korte termijn.
 
Een grote institutionele lasagne
 
Moeten we de budgetten verhogen of de preventie herstructureren? Zoals we weten is het Belgische systeem van volksgezondheid gefragmenteerd, met verantwoordelijkheden die verdeeld zijn over verschillende overheidsniveaus: federaal, regionaal, communautair en lokaal. Deze complexe architectuur belemmert de coördinatie en doeltreffendheid van het preventiebeleid. 
 
In Brussel, bijvoorbeeld, illustreert het naast elkaar bestaan van verschillende bevoegde instanties (Cocom, Cocof, lokale overheden, enz.) hoe moeilijk het is om een en ander op elkaar af te stemmen. 
 
David Hercot, medisch coördinator preventie bij Vivalis: "De communicatie verloopt goed tussen het personeel op verschillende niveaus, maar het probleem ligt meer op politiek niveau. Volgens hem is er een andere aanpak nodig, gebaseerd op diagnoses per buurt of sociaaleconomische groep, om specifieke ongelijkheden aan te pakken. 
 
"We weten in welke mate deze ziekten een last zijn voor de gezondheidszorg, ook al zijn ze deels te voorkomen als we primaire preventiemaatregelen nemen," voegt hij eraan toe. 
 
Het verbeteren van de levensomstandigheden, zoals huisvesting en werkgelegenheid, is belangrijk voor het verminderen van gezondheidsverschillen. In Brussel, waar elk jaar 10% van de bevolking verhuist en waar de sociaaleconomische verschillen bijzonder groot zijn, is een gedifferentieerde en participatieve aanpak essentieel. Voor David Hercot heeft Covid-19 het mogelijk gemaakt om lokale strategieën te testen, met name voor vaccinatie, die zouden kunnen worden uitgebreid naar andere preventiegebieden.
 
Meer budgetten voor preventie
 
Ondanks alles blijft de verhoging van de budgetten voor preventie, die vooral door Yves Coppieters werd aangekondigd, goed nieuws. Maar, zoals Anouk Billiet, gezondheidsadviseur bij de Waalse minister van Volksgezondheid, aangeeft, moeten deze middelen gepaard gaan met een sterke politieke wil en een rigoureuze evaluatie van hun impact.
 
"Het is erg teleurstellend om de resultaten te zien: we boeken geen vooruitgang en de ongelijkheden nemen toe. We zagen Wallonië in het rood op de kaart in vergelijking met de rest van België, en we weten dat we grotere sociale verschillen hebben dan Vlaanderen, en daar moeten we aan werken.
 
Voor Pedro Facon, adjunct-algemeen directeur van het RIZIV, is primaire preventie heel belangrijk, maar het RIZIV kan vooral optreden en versterkt worden in secundaire en tertiaire preventie.
 
"Secundaire preventie bestaat erin een aantal problemen in een vroeg stadium op te sporen en te voorkomen dat ze verergeren tot het punt waarop de gezondheidstoestand van het individu en de kosten voor de samenleving te hoog worden. Tertiaire preventie houdt in dat we ervoor zorgen dat mensen die behandeld zijn en ziek blijven, goede zorg blijven krijgen. Het RIZIV is natuurlijk actief op beide gebieden. Wat secundaire preventie betreft, zijn er de afgelopen jaren een aantal maatregelen genomen, zoals de vergoeding voor tandheelkundige zorg. Een betere vergoeding is natuurlijk erg nuttig. Bovendien is mondgezondheid een zeer belangrijke hefboom in het discours over gezondheid, waar sociale integratie nog steeds wordt onderschat", vervolgt Pedro Facon. Hij voegt eraan toe: "Het RIZIV zet zich in voor een grotere verschuiving van curatieve naar preventieve zorg.
 
Hoewel er tijdens het symposium een aantal wegen zijn uitgestippeld, zal het succes afhangen van het vermogen van de betrokkenen om institutionele verschillen te overbruggen en hun inspanningen op elkaar af te stemmen.
 

Carole Stavart • Mediquality