Congres  >   BREACH 2025  >  Aarskanker bij hiv-dragers. De discussie over de screening: voor of tegen?

Aarskanker bij hiv-dragers. De discussie over de screening: voor of tegen?

De voorstanders van screening op aarskanker verwijzen naar de hoge morbiditeit en mortaliteit aan aarskanker. De tegenstanders zeggen dat zo’n screening moeilijk is, dat er geen kosten-batenanalyse is uitgevoerd en dat geen enkele studie invloed op de sterfte heeft aangetoond. De zienswijze van prof. C. Kenyon CON (ITG) en die van prof. D. Konopnicki PRO (UMC Sint-Pieter).

Tegen screening

Volgens prof. Kenyon heeft screening maar zin als je de ziekte vroeg kunt opsporen met geschikte tests, als de behandeling effectiever is in een vroeg dan in een laat stadium, als de behandeling de sterfte verlaagt en als de kosten-batenverhouding gunstig is. Wat aarskanker betreft, sporen we hooggradige AIN (Anal Intraepithelial neoplasia) op gezien het risico op progressie. In de ANCHOR-studie was het risico op aarskanker 57% lager in de behandelde groep dan in de controlegroep (bewaking). Maar de morbiditeit was hoger in de behandelde groep. Het responspercentage bedroeg 17% tot 41%, er zijn veel bijwerkingen opgetreden (13-43%) en de duur van arbeidsongeschiktheid bedroeg gemiddeld 3,7 dagen. De screeningtools zijn vooral cytologie, opsporing van het DNA van HPV en een hogeresolutieanuscopie. Screening is geïndiceerd bij vrouwen met een voorgeschiedenis van hooggradige vulvaletsels of vulvakanker, hiv-positieve mannen > 30 jaar die seks hebben met mannen (MSM), en vrouwen met een orgaantransplantaat sinds meer dan 10 jaar. Zo'n anoscopie zal moeten worden uitgevoerd bij 30-50% van de MSM (47% van de MSM vertoont hooggradige letsels), bij 31% van de heteroseksuele mannen met een abnormale cytologie en bij 27% van de heteroseksuele vrouwen met hooggradige letsels.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen