Intelligentie en ziektes: niet alles is genetisch bepaald
De sterke ontwikkelingen in genetisch onderzoek hebben geleid tot overdreven hoge verwachtingen wat het voorspellen van het risico op ziekte of van de cognitieve vermogens betreft. Een aantal commerciële bedrijven probeert daar munt uit te slaan en ook zijn er wetenschappers, die op de kar gesprongen zijn en studies met “twijfelachtige resultaten” hebben gepubliceerd, zoals twee onderzoeksters van het Inserm (Institut national de la santé et de la recherche médicale) schrijven.
De studies in kwestie zijn gebaseerd op genoomwijde associatiestudies (GWAS, genome-wide association studies). Die studies zoeken naar correlaties tussen een kenmerk, bijv. de lengte of een ziekte, in een groep individuen en één of meer genetische markers. Zo zijn er veel studies uitgevoerd naar complexe ziektes (schizofrenie, borstkanker, coronairlijden enz.). Het IQ (intelligentiequotiënt) is daar ook een mooi voorbeeld van. Of het IQ nu al dan niet correleert met genetische factoren, het is bewezen dat die correlatie geen wetenschappelijke waarde heeft.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen