MRI, essentieel bij de classificatie van hypertrofische cardiomyopathie
Sinds de eerste beschrijving in de jaren zeventig is het beleid bij hypertrofische cardiomyopathie volledig veranderd dankzij MRI. MRI heeft het diagnostische en therapeutische beleid definitief gewijzigd.
Bij volwassenen stel je een diagnose van hypertrofische cardiomyopathie in geval van een myocardhypertrofie ≥ 1,5 cm zonder abnormale belasting van het hart. Bij volwassenen met een familiaire hypertrofische cardiomyopathie wordt die afkapwaarde verlaagd naar ≥ 1,3 cm om de diagnose in die risicogroep sneller te kunnen stellen. Bij kinderen stel je een diagnose van hypertrofische cardiomyopathie als de dikte van het interventriculaire septum > 2 Z-scores is (European Society of Cardiology, ESC). Die diagnostische criteria zijn eigenlijk te danken aan MRI van het hart. De diagnose wordt nu immers gesteld op grond van een MRI. Een echocardiografie blijft wel geïndiceerd bij de follow-up.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen