Reseceerbare niet-kleincellige longkanker. (Neo)adjuvante immunotherapie
De overleving van patiënten met longkanker is sterk verbeterd dankzij immunotherapie. De totale overleving na 60 maanden bedraagt 92% in stadium IA1, 60% in stadium IIA en 36% in stadium IIIA. Fase III-studies evalueren de waarde van immunotherapie als neoadjuvante of adjuvante behandeling. Er wachten nog heel wat vragen op een antwoord. Een gesprek met prof. SebahatOcak (UCL Mont Godinne).
Adjuvante behandeling
In deIMpower 010-studie (resectie van een NSCLC stadium IB tot IIIA) was de ziektevrije overleving (DFS) bij patiënten met een tumor met PD-L1-expressie ≥ 1% beter als na een adjuvante chemotherapie atezolizumab werd gegeven. Het gunstige effect correleerde met de PD-L1-expressie. In de KEYNOTE-091-studie werd pembrolizumab geëvalueerd bij patiënten met een tumor stadium IB (> 4 cm) tot IIIA na chirurgie en een adjuvante chemotherapie. De DFS was beter dan in de placebogroep (HR 0,76, p=0,0014). Verrassend is dat het verschil niet significant was (HR 0,82, p=0,14) in geval van een PD-L1-expressie> 50%. Noch in de pembrolizumabgroep noch in de placebogroep was de mediane ziektevrije overleving bereikt op het ogenblik van de analyse. Dat wijst erop dat de placebogroep het abnormaal goed stelt. Moet je immunotherapie voorschrijven in geval van een tumor zonder PD-L1-expressie? Volgens de IMpower 010-studie is het antwoord neen, maar volgens de KEYNOTE-091-studie zou je dat kunnen overwegen. Is een adjuvante behandeling beter dan een neoadjuvante? Bij gebrek aan directe vergelijkende studies kan die vraag niet worden beantwoord.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen