Kasteelmoord - Psycholoog riskeert zes maanden cel voor schending beroepsgeheim
BRUGGE 01/03 - In de marge van de zaak van de kasteelmoord heeft een psycholoog uit Damme zich voor de Brugse correctionele rechtbank moeten verantwoorden. Johan M. (69) speelde attesten over Stijn Saelens door aan André Gyselbrecht. Het parket eiste zes maanden effectieve celstraf, maar de verdediging vroeg de vrijspraak.
Stijn Saelens werd op 31 januari 2012 doodgeschoten in zijn kasteel in Wingene. Zijn schoonvader André Gyselbrecht kwam onmiddellijk in het vizier als de opdrachtgever voor de moord.
In eerste instantie beweerde Gyselbrecht dat hij het slachtoffer enkel een lesje wilde leren, maar op het correctioneel proces in Brugge bekende hij zijn rol uiteindelijk toch.
In mei 2019 werd dokter Gyselbrecht door het Gentse hof van beroep tot 21 jaar cel veroordeeld. Tijdens het proces legde Johan M. al een opmerkelijke getuigenis af, maar daar wordt hij niet voor vervolgd. De ouders van Stijn Saelens dienden wel klacht in omdat de psycholoog tijdens het onderzoek informatie over zijn relatietherapie met Elisabeth Gyselbrecht en haar man doorspeelde aan André Gyselbrecht. Die attesten bevatten negatieve bevindingen over het slachtoffer en werden in augustus 2013 bijvoorbeeld gebruikt om de vrijlating van dokter Gyselbrecht te bepleiten in de Gentse KI. Voor de ouders van Stijn Saelens werd elk 2.500 euro schadevergoeding gevorderd.
Het openbaar ministerie omschreef de feiten als een schoolvoorbeeld van een schending van het beroepsgeheim.
Het staat volgens procureur Fien Maddens als een paal boven water dat M. gesprekken had met Stijn Saelens en hem wel degelijk als een cliënt beschouwde. "Wees dus gewaarschuwd als je als patiënt zijn kabinet binnenstapt. Hij zou u wel eens niet kunnen beschouwen als cliënt, met alle gevolgen van dien."
De verdediging pleitte dat de verslagen van M. moeten gezien worden als schriftelijke getuigenissen. De beklaagde wist volgens zijn advocaat dat de attesten in de rechtbank gebruikt zouden worden, waardoor hij van zijn spreekrecht gebruik kon maken. Meester Lieven Vandervennet stelde ook dat de attesten helemaal geen onthullingen van een eventueel geheim bevatten.
"André en Elisabeth wisten van Stijn zijn bizar gedrag. Dat werd getolereerd tot hij iets deed wat niet door de beugel kon", klonk het. "Ik heb het gevoel dat ik sedert mijn getuigenis op het proces achternagezeten word", zei M. in zijn laatste woord.
De beklaagde legde uit dat er ook een tuchtzaak hangende is en hekelde een eenzijdig artikel in de pers. "Men zoekt mij en probeert mijn reputatie te schaden." De rechtbank doet uitspraak op 12 april.