Frederik III: een stille keizer
Toen hij de troon besteeg, zat de Duitse keizer Frederik III (1831-1888) met een tracheabuis en kon hij dus niet spreken. Als grote pijproker kampte hij met vaak terugkerende keelpijn. Een jaar voor hij de troon zou bestijgen, klaagde hij over een droge en continue heesheid.
Een laryngoscopie bracht een kleine poliep van de stembanden aan het licht, die voor de artsen niet ernstig was. De herhaalde pogingen om de poliep te verwijderen konden de heesheid van de stem niet verbeteren. Integendeel, de tumor groeide snel en belemmerde de mobiliteit van de stembanden. Dr. Rudolf Virchow, de vader van de moderne anatomopathologie, bevestigde dat de vele biopsies van de koning geen enkele maligniteit bevatten… maar hij vergiste zich. In november 1887 wordt duidelijk dat het keelkanker was.
Frederik weigert een totale laryngectomie en gaat enkel akkoord met een tracheotomie. Zijn vader Guillaume I overlijdt in maart 1888. Keizer Frederik wordt ernstig ziek en overlijdt op zijn beurt op 15 juni 1888 aan de gevolgen van een longontsteking, waarschijnlijk na een aspiratie. Hij regeerde maar 99 dagen.
Zijn 29-jarige zoon Guillaume volgt hem op. In de Duitse geschiedenis is het jaar 1888 "het jaar van de drie keizers".