Nieuwe gegevens over de behandeling van hiv-infectie (Interview Prof. S. De Wit)
30/11 - In 1981 werd het eerste geval van aids gediagnosticeerd. Dat is het begin geweest van een pandemie, die wereldwijd miljoen slachtoffers heeft gemaakt. Maar dankzij de huidige antiretrovirale behandeling kunnen hiv-geïnfecteerde patiënten nu een nagenoeg normaal leven leiden. En het is nog niet gedaan … Prof. De Wit (UMC Sint-Pieter, Brussel) bespreekt de actuele gegevens over hiv-infectie.
Tweevoudige combinatietherapie
Een tweevoudige combinatietherapie bestaande in dolutegravir plus lamivudine (3TC) of rilpivirine is een vrij recent concept, dat echter toch al goed is ingeburgerd bij de behandeling van hiv-infectie. Volgens prof. De Wit "wijzen alle studies in dezelfde zin: er is geen significant verschil in werkzaamheid tussen een tweevoudige en een drievoudige combinatietherapie." De resultaten van de TANGO-studie na 96 weken treden het nieuwe paradigma bij de behandeling van hiv-infectie bij. We wachten nu vol ongeduld op de resultaten van de SALSA-studie, die meer vrouwen heeft gerekruteerd.
Over het algemeen wordt een tweevoudige combinatietherapie even goed verdragen, ook al werden in de studies iets meer bijwerkingen waargenomen bij overschakeling op de tweevoudige combinatietherapie. Dat was niet onverwacht. Bij overschakeling op een tweevoudige combinatietherapie worden andere geneesmiddelen voorgeschreven zodat er kans bestaat op nieuwe bijwerkingen.
De injecteerbare vorm
Nog een andere nieuwigheid: injecteerbare preparaten. Dat is een nieuwe therapeutische optie. Na inname van de twee geneesmiddelen, namelijk cabotegravir en rilpivirine, per os gedurende een maand (om de veiligheid ervan te evalueren) worden ze om de twee maanden intramusculair toegediend. Momenteel loopt een studie om de haalbaarheid van die behandeling te evalueren in Europa (in België o.a. het referentiecentrum van het UMC Sint-Pieter, Brussel).
"Dat is een goede optie voor patiënten die het moeilijk hebben om hun geneesmiddelen elke dag in te nemen, patiënten die ze vergeten, en patiënten die zich in een moeilijke sociale situatie bevinden. Dat kan ook een oplossing zijn voor patiënten die niet graag geneesmiddelen door de mond innemen", zegt prof. De Wit. Er zijn uiteraard ook wat nadelen: de injectie doet wat pijn en vooral, de patiënt moet vaker naar het ziekenhuis komen.
"Een andere interessante indicatie voor i.m. injectie is pre-expositieprofylaxe (PrEP): één injectie om de twee maanden die beschermt tegen een hiv-infectie, dat is niet slecht", voegt hij eraan toe. Hij pleit dan ook voor terugbetaling van de injecteerbare preparaten voor PrEP.
Zwangerschap
Gedaan met de discussie over een eventueel teratogeen effect (neurologische afwijkingen) van dolutegravir. Aanvankelijk werd aangeraden geen dolutegravir te geven tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. De huidige gegevens zijn echter zeer geruststellend. "Het probleem zat in feite in studies uitgevoerd in Afrika. In die studies werd aanvankelijk een abnormaal hoog aantal kinderen met stoornissen van de sluiting van de neurale buis gerapporteerd. Die cohorte wordt nog altijd gevolgd, maar nu blijkt het probleem zich niet meer voor te doen. Waarom dat zo is, weten we niet. Een mogelijke hypothese is dat die vrouwen toentertijd niet genoeg foliumzuursupplementen hebben gekregen. Foliumzuur is belangrijk voor de sluiting van de neurale buis. Mogelijk ging het dus om een artefact."
"De incidentie van afwijkingen van de sluiting van de neurale buis blijkt nu niet hoger te zijn bij behandeling met dolutegravir."
In opzet curatieve behandeling: binnenkort werkelijkheid?
Prof. De Wit en zijn team gaan zeer binnenkort in samenwerking met het ANRS (Agence Nationale Française de Recherche) een belangrijke verkennende studie starten. Er wordt al jaren gesproken van reservoirs van een ingeslapen virus, dat geïntegreerd is in het genoom van de cellen, maar dat "weer wakker schiet" zodra de antiretrovirale behandeling wordt onderbroken. Proeven om het ingeslapen virus te activeren zijn tot nog toe met een sisser afgelopen.
In samenwerking met het laboratorium van de faculteit wetenschappen van de ULB in Gosselies heeft het team van prof. De Wit meerdere combinaties uitgetest gedurende meerdere jaren. Ze hebben ontdekt dat een gegeven combinatie van geneesmiddelen ex vivo een veel sterker effect heeft dan wat in eerdere studies werd gezien. "Dat is een belangrijke stap voorwaarts, ongeacht het resultaat van het onderzoek. Als de resultaten van het onderzoek negatief zijn, zal die strategie worden opgegeven. Dat zou immers betekenen dat we er zelfs met een krachtigere combinatie niet in slagen", onderstreept prof. De Wit.
Te volgen!
Referentie
Naar een interview met prof. Stéphane De Wit, diensthoofd infectieziekten, UMC Sint-Pieter, Brussel.