Behandeling van een gemetastaseerd melanoom met een gemuteerd BRAF-gen: eén of twee checkpointremmers?
20/10 - Op het ESMO 2021 is een studie gepresenteerd die het effect van een combinatie van 2 checkpointremmers op de overleving van patiënten met een gemetastaseerd melanoom met BRAF-mutatie die al een behandeling hadden gekregen met een BRAF- en een MEK-remmer, heeft vergeleken met dat van één enkele checkpointremmer. Voorts hebben de vorsers gezocht naar factoren die correleerden met een betere overleving.
In een eerdere studie was aangetoond dat een immunotherapie als tweedelijnstherapie na een behandeling met een BRAF- en een MEK-remmer niet altijd werkt bij patiënten met een gemetastaseerd melanoom met een gemuteerd BRAF-gen. Verklaringen daarvoor zijn waarschijnlijk dat de ziekte dan al verder gevorderd is en dat de kenmerken van de tumor misschien zijn veranderd als gevolg van de vorige behandelingen. Welke tweedelijnstherapie is te verkiezen: een combinatie van 2 checkpointremmers, bijv. een PD-1-antagonist en een CTLA-4-antagonist (ipilimumab), of één PD-1-antagonist? In het kader van een eerstelijnstherapie zijn de progressievrije overleving en de totale overleving alvast numeriek beter met een combinatie van twee checkpointremmers dan met één enkele checkpointremmer. Een andere vraag is: "Welke factoren voorspellen de overleving ongeacht de eerdere behandeling?"
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen