Dossiers  >   Men's health  >  Primeur: nieuwe techniek om mannen weer vruchtbaar te maken na kanker (interview)

Primeur: nieuwe techniek om mannen weer vruchtbaar te maken na kanker (interview)

BRUSSEL 10/02 - De onderzoeksgroep van Ellen Goossens, professor reproductieve biologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), heeft van het Ethisch Comité goedkeuring gekregen om eerder afgenomen teelbalweefsel terug te implanteren bij mannen die door een kankerbehandeling als kind geen zaadcellen produceren.

Ellen Goossens, professor reproductieve biologie © Vrije Universiteit Brussel 2022
Ellen Goossens, professor reproductieve biologie © Vrije Universiteit Brussel 2022

Kankerbehandelingen zoals chemotherapie en bestraling maken patiënten soms onvruchtbaar. Bij mannen van een leeftijd waarop ze sperma produceren kan men stalen invriezen die men later kan gebruiken bij ivf-behandelingen. Maar bij kinderen die nog geen actieve spermatogenese hebben, is dat geen optie.

Professor Ellen Goossens studeerde biomedische wetenschappen en specialiseerde zich verder op het gebied van mannelijke (on)vruchtbaarheid via een doctoraat. Ze is professor reproductieve biologie aan de VUB en voorzitter van de onderzoeksgroep Biology of the Testis (BITE).

Prof. Goossens: "We doen voornamelijk onderzoek naar spermatogenese en mannelijke onvruchtbaarheid en momenteel lopen er drie grote projecten. Ten eerste onderzoeken we de fertiliteitspreservatie bij jonge kinderen die een kankerbehandeling hebben moeten ondergaan. Intussen zijn sommige van deze kinderen jongvolwassenen en volgen wij hun puberteit op en onderzoeken we of de fertiliteit al dan niet spontaan teruggekomen is. Ten tweede zoeken wij oplossingen voor Klinefelter patiënten die onvruchtbaar zijn op volwassen leeftijd. Tenslotte zetten wij cultuursystemen op om spermacellen in vitro aan te maken."

Kunt u iets meer vertellen over de fertiliteitspreservatie bij jonge kinderen?

Prof. Goossens: "Onze onderzoeksgroep heeft, in samenwerking met UZ Brussel, een protocol ontwikkeld voor het bewaren van teelbalweefsel in een speciaal daarvoor ingerichte teelbalweefselbank en transplanteren ervan. Ongeveer 130 jongens die als kind een kankerbehandeling kregen, lieten intussen al teelbalweefsel inbanken in het UZ Brussel. Een groeiend aantal centra wereldwijd volgt inmiddels ons voorbeeld. Intussen is wereldwijd al van meer dan 1.000 jongens teelbalweefsel verzameld."

Welke techniek gebruikt u?

Prof. Goossens: "Voorafgaand aan de klinische toepassing hebben we 15 à 20 jaar onderzoek gedaan in diermodellen. We zochten verschillende manieren om de cellen terug te transplanteren. Aanvankelijk lag de focus op het transplanteren van de voorlopercellen van de spermatogenese in een suspensie, die dan werd geïnjecteerd in de zaadbuisjes. Die konden dan zaadcellen beginnen produceren. In een later stadium, rond 2010, zijn we overgestapt op een nieuwe techniek, waarbij we weefselstukjes gingen transplanteren naar de testikels. Dat bleek veel efficiënter te zijn, in diermodellen verkregen we altijd zaadcellen van die weefselstukjes. En intussen zijn er ook andere plaatsen waar we die weefselstukjes kunnen terugzetten, zoals in het scrotum."

Welke rol speelt ons land op dit gebied?

Prof. Goossens: "In 2002 heeft UZ Brussel voor het eerst een patiënt geholpen met het inbanken van teelbalweefsel. Dat idee vloeide voort uit  eerder onderzoek op muizen, uitgevoerd in de jaren '90. Bij dat onderzoek werden stamcellen getransplanteerd van een vruchtbare naar een niet vruchtbare muis, om de spermatogenese beter te bestuderen. Prof. dr. Herman Tournaye, Diensthoofd Centrum Reproductieve Geneeskunde aan het UZ Brussel, die toen voorzitter was van onze onderzoeksgroep, kwam op het idee om dit toe te passen als fertiliteitspreserverende methode. Die bleek succesvol. Kort daarna zijn ook andere Europese centra met deze methode aan de slag gegaan. Maar ook buiten Europa wordt dit onderzocht, bijvoorbeeld in Israël, Australië en de VS. Toch blijft Europa de belangrijkste plek voor onderzoek op dit gebied, en onze onderzoeksgroep speelt hierin een pioniersrol."

Wat weet men over de effecten van kankerbehandelingen bij jonge kinderen op de vruchtbaarheid?

Prof. Goossens: "Toen we met dit onderzoek begonnen, 20 jaar geleden, wist men alleen wat de effecten waren van chemotherapie en radiotherapie op de vruchtbaarheid van volwassen mannen. Als een volwassen man een kankerbehandeling onderging, was het duidelijk dat de spermatogenese nadien vaak stillag. Over het effect van een kankerbehandeling op de vruchtbaarheid van jonge kinderen, was weinig geweten. Pas nu komen de eerste resultaten binnen, vaak 20 jaar na de kankerbehandeling. Daaruit blijkt dat de vruchtbaarheid bij sommigen spontaan herstelt, bij anderen niet. Er zijn weinig publicaties en als die er zijn, gaat het om zeer recente data die uit kleine onderzoeken voortkomen. Verder onderzoek is essentieel. Maar dat vergt heel wat subsidies."

Hoe wordt dit onderzoek gefinancierd?

Prof. Goossens: "Het onderzoek wordt gefinancierd door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO). Om te bepalen welk onderzoek financiering krijgt, doet het FWO beroep op de patiëntencommissie van Kom op tegen Kanker. Verder kregen we ook steun van de Europese Unie, via een Marie Curieproject dat liep van 2014 tot 2018, in samenwerking met de belangrijkste Europese centra. Die samenwerking loopt nu nog. Het is niet evident om voor fertiliteitsonderzoek financiering te krijgen, want dat is niet de eerste prioriteit in Europa, maar als we de link kunnen maken met de behandeling van kanker, gaat het iets vlotter."

Hoe verliep de procedure bij het Ethisch Comité?

Na succesvolle onderzoeksresultaten, heeft het Ethisch Comité de onderzoeksgroep toestemming gegeven om eerder afgenomen en ingevroren teelbalweefsel weer bij mannen te implanteren. Daarmee kunnen spermacellen worden ontwikkeld die van pas komen bij vruchtbaarheidsbehandelingen.

Prof. Goossens: "Aangezien het de eerste keer is dat een dergelijke transplantatie zal plaatsvinden, dienden we een dossier in te dienen bij het Ethisch Comité en een clinial trial op te zetten. Het was een complex dossier dat veel tijd in beslag nam, maar eens het ingediend en geanalyseerd was, kwam de goedkeuring vrij snel."

Wanneer wordt de eerste patiënt verwacht?

De onderzoeksgroep verwacht binnenkort bij een eerste patiënt de transplantatie uit te voeren. Prof. Goossens: "Er zijn intussen al een tiental patiënten langsgeweest en waarvan we de fertiliteitsstatus hebben bepaald. Sommigen hebben zaadcellen en kunnen via ivf verder geholpen worden. Een aantal jongens zijn onvruchtbaar, maar sommigen hebben nog geen relatie en ook geen kinderwens. Eigenlijk hopen wij dat bij deze jongvolwassenen de fertiliteit alsnog spontaan terugkomt, maar als dat niet zo is, zijn wij klaar om hen te helpen."

Welke boodschap wenst u mee te geven?

Prof. Goossens: "Het is belangrijk dat huisartsen en oncologen kankerpatiëntjes en hun ouders informeren over de risico's van een kankerbehandeling en hen doorverwijzen naar een fertiliteitscentrum."

Meer info over de werkzaamheden van de onderzoeksgroep onder leiding van professor Ellen Goossens en de andere Europese centra op de website van Human Reproduction Open.

 

Sabine Verschelde • MediQuality