Gezondheidseconomische impact van COVID-19-vaccin van Pfizer in de Verenigde Staten
“We schatten dat het vaccin in 2021 niet minder dan 8,7 miljoen symptomatische besmettingen, 690.000 ziekenhuisopnames en meer dan 110.000 overlijdens heeft voorkomen.” Dat is de belangrijkste conclusie van een recent gepubliceerde nationale studie in de Verenigde Staten over de inzet van het Pfizer-vaccin in de strijd tegen COVID-19. En uiteraard heeft dit eveneens een rist aan negatieve gevolgen voor de Amerikaanse economie kunnen vermijden.
Dat een vaccin een impact heeft op het aantal besmettingen en mortaliteit, staat buiten kijf. Daarvoor hebben we geen studies meer nodig. Maar bij een pandemie is het goed om deze wetenschappelijke feiten te vertalen naar harde, gezondheidseconomische cijfers. Die maken vaak meer indruk.
1,1 miljoen QALY's vermeden
Aan de hand van real-world data hebben de auteurs van de studie berekend wat de gezondheidseconomische impact was van het vaccin in het jaar 2021. Hier zijn alvast de astronomische cijfers. In 2021 zijn alvast 30,4 miljard dollar aan gezondheidskosten bespaard. Het vaccin kon eveneens een verlies aan productie voor een bedrag van 43,7 miljard dollar en 1,1 miljoen QALY's vermijden, een "neveneffect" van de gezondheidsvoordelen van het vaccin voor de bevolking. De productiewinst is opgesplitst in ongeveer 35,7% door het beperken van het verlies van productie omwille van vroegtijdig overlijden en 64,3% aan ziektedagen. Naar gezondheid toe spreken de cijfers voor zich, want het vaccin kon meer dan 110.000 overlijdens voorkomen. Er zou verder sprake zijn van 690.000 minder ziekenhuisopnames en 8,7 miljoen minder besmettingen. Dit alles uiteraard vergeleken met de situatie waarbij het vaccin in 2021 niet beschikbaar zou zijn geweest. Respectievelijk 17,8%, 54,8% en 77,3% van de symptomatische gevallen, hospitalities en overlijdens die met een vaccin konden worden vermeden hebben betrekking op 65-plussers. Wat de vermeden ziekenhuisopnames aangaat, 72,7% van de dagopnames zou zonder beademing zijn geweest, 4,7% op een normale afdeling met beademing, 9,5% op de dienst intensieve zorg zonder beademing en 13,2% op intensieve zorg met beademing.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen