Behandeling van myelofibrose: niet-coderende RNA’s, nieuwe voorspellers van de overleving?
Er zijn alsmaar meer aanwijzingen dat een aberrante expressie van niet-coderende RNA’s, hoofdzakelijk micro-RNA’s (miRNA’s) en lange niet-coderende RNA’s (lcnRNA’s) de expressie van genen beïnvloedt. Deze studie leert dat circulerende lncRNA’s prognostische markers zouden kunnen zijn van de totale overleving en de leukemievrije overleving bij patiënten met myelofibrose. Dat zou de eerste keer zijn dat er prognostische markers worden ontdekt bij maligne bloedziekten.

Myelofibrose heeft de slechtste prognose van alle vormen van philadelphiachromosoomnegatieve myeloproliferatieve neoplasie. De behandeling verschilt naargelang van de ernst en de klinische verschijnselen, maar er bestaat nog geen in opzet curatieve behandeling op beenmergtransplantatie na. Na zo'n transplantatie treedt echter vaak een rejectie op. Er is dus dringend nood aan biomarkers die correleren met het evolutiestadium van de ziekte. lncRNA's zouden weleens goede kandidaat-markers kunnen zijn aangezien ze kunnen werken als oncogenen of tumorsuppressorgenen en aangezien afwijkingen van de expressie ervan correleren met de ontwikkeling en de progressie van kankers. Een mooi voorbeeld daarvan is miR-483-5p: bepaling van dat micro-RNA 3 maanden na chirurgie blijkt een niet-invasieve marker te zijn van de prognose van een tumor van de bijnierschors.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen