Onychomycose van de vingers en sclerodermie. Een azolderivaat per os of topisch?
Bij de behandeling van een matig ernstige tot ernstige onychomycose wordt de voorkeur gegeven aan een peroraal antimycoticum. Perorale antifungale middelen werken immers sneller dan topisch toegediende. Topische toediening verdient echter aanbeveling bij patiënten met leverinsufficiëntie, een auto-immuunziekte of een risico op medicamenteuze interacties. Zal topische toediening van efinaconazol 10% doeltreffend zijn bij deze patiënte van 78 jaar met een sclerodermie én een onychomycose?
Een onychomycose wordt in 60-70% van de gevallen veroorzaakt door de dermatofyten T. rubrum en T. mentagrophytes en minder vaak door schimmels (20%) of gisten (10-20%). Over het algemeen geniet systemische toediening de voorkeur bij de behandeling van een matig ernstige tot ernstige onychomycose omdat het geneesmiddel dan beter en sneller werkt dan bij topische toediening. Maar perorale antifungale middelen zijn niet per se geschikt voor alle patiënten. Terbinafine bijvoorbeeld is gecontra-indiceerd bij leverinsufficiëntie en nierlijden. Azolderivaten gaan interacties aan met statines en patiënten met een auto-immuunziekte kunnen opzien tegen de bijwerkingen ervan.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen