Type 2-diabetes: gliflozines verlagen de incidentie van recidief van atriumfibrillatie na ablatie
In een Amerikaans observatieonderzoek is minder vaak een recidief van atriumfibrillatie vastgesteld na ablatie wegens atriumfibrillatie bij type 2-diabetespatiënten die een SGLT2-remmer (gliflozine) innamen (1). Die patiënten hadden ook minder nood aan een cardioversie, behandeling met antiaritmica of een nieuwe ablatie.
Na katheterablatie treedt vrij vaak een recidief van atriumfibrillatie op (20-40% van de patiënten). Dat risico blijkt hoger te zijn bij diabetespatiënten. Type 2-diabetes is immers een risicofactor voor ontwikkeling van atriumfibrillatie. Het risico is nog hoger bij patiënten met hartfalen. Je moet die patiënten dus behandelen om een recidief na ablatie te vermijden.
SGLT2-remmers of gliflozines zijn antidiabetica, die worden gebruikt bij de behandeling van type 2-diabetes. Studies hebben evenwel aangetoond dat ze ook het cardiovasculaire risico en de incidentie van hartritmestoornissen verlagen. Het effect van die geneesmiddelen op het risico op recidief van atriumfibrillatie na katheterablatie bij diabetespatiënten was echter nog niet goed gedocumenteerd, schrijven de auteurs van de studie.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen