Hiv-infectie/aids en geestelijke gezondheid. 20% van de patiënten is depressief en/of angstig
Een verontrustende vaststelling is dat bijna 20% van de hiv-geïnfecteerde patiënten een depressie en/of veralgemeende angststoornis blijkt te vertonen, en dat is waarschijnlijk nog een onderschatting. De patiënten zijn immers weinig geneigd daarover te spreken en de artsen denken er niet altijd aan. Dat kan evenwelresulteren in een geringere therapietrouw, een minder goede controle van de infectie en zelfs een hoger risico op CVA, zoals is aangetoond in een studie die recentelijk op de CROI 2024 is gepresenteerd.
De WGO definieert gezondheid als een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en dus niet louter als het ontbreken van ziekte of handicap. En die definitie geldt zeker voor hiv-geïnfecteerde patiënten. Bijna 20% van de patiënten blijkt depressief te zijn, zelfs als ze een onmeetbaar lage viruslast hebben. De prevalentie van depressie is 2,5- tot 4,2-maal hoger bij vrouwen dan bij mannen. En ook hebben die patiënten redenen genoeg om angstig te zijn: mogelijkheid van mislukken van de behandeling, andere mensen ontdekken dat ze hiv-positief zijn, ontslag en andere vormen van stigmatisering in het gezin. Is dat enkel zo bij oudere patiënten? In een studie vertoonden jonge cismannen van gemiddeld 36 jaar bij wie recentelijk een hiv-infectie was gediagnosticeerd, meer symptomen van depressie en angst dan oudere patiënten.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen