Behandeling van fungusinfecties: eindelijk nieuwe geneesmiddelen
Het heeft meer dan 10 jaar geduurd, maar nu hebben we eindelijk enkele nieuwe klassen van antifungusmiddelen zoals rezafungine, fosmanogepix, ibrexafungerp, olorofim en opelconazol. Voorts zitten er nieuwe geneesmiddelen tegen Candida, Cryptococcus, Aspergillus, Mucorales enz. in de pijplijn. Wat betekent dat voor specialisten in infectieziekten? Een reactie van prof. Thierry Calandra, internist en specialist in infectieziekten (Lausanne), naar aanleiding van zijn presentatie op het 43e ISICEM (International Symposium on Intensive Care & Emergency Medicine), dat onlangs heeft plaatsgevonden in Brussel.
Meer dan 10 jaar hebben specialisten in infectieziekten het bij de behandeling van invasieve fungusinfecties gerooid met azolderivaten, echinocandines, pyrimidines (5-FC), polyenen (AmB-d, L-AmB), terbinafine en griseofulvine. Waren er dan wel nieuwe geneesmiddelen nodig voor de behandeling van invasieve Candida-, Aspergillus- en Cryptococcusinfecties? Prof. Calandra: "De bestaande geneesmiddelen zouden inderdaad moeten volstaan, maar niet overal in de wereld. Je moet rekening houden met de epidemiologie van fungusinfecties, die de laatste jaren veranderd is als gevolg van medische praktijken (transplantatie, chemotherapie), het opduiken van resistentie en de klimaatopwarming. In sommige streken vind je vooral C. albicans. In andere streken verschijnen Candida auris-stammen die resistent zijn tegen azolderivaten en soms ook tegen echinocandines. In tegenstelling tot andere landen hebben we in Zwitserland geen resistente filamenteuze schimmels. De nood aan nieuwe geneesmiddelen verschilt dus van streek tot streek."
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen