Dossiers  >   Osteoartritis  >  Enquête over infectie van gewrichtsprothese. Een onverwachte schuldige …

Enquête over infectie van gewrichtsprothese. Een onverwachte schuldige …

Deze klinische casus1 herinnert eraan dateen infectie van een gewrichtsprothese een ernstige complicatie is die zware gevolgen kan hebben voor de patiënt. De incidentie blijft stabiel en ligt tussen 0,5% en 5% naargelang van het centrum. Typische verwekkers zijn St. aureus en gramnegatieve bacillen, maar soms is het bacteriologisch onderzoek negatief. Je moet dan verder zoeken. Soms vind je dan een onverwachte schuldige zoals Candida albicans, zelfs bij patiënten zonder duidelijke risicofactoren.

Een 33-jarige patiënte werd op de afdeling orthopedie gezien wegens pijn aan de rechterheup. Voorgeschiedenis: val, heupletsel tien jaar geleden, conservatief behandeld. Twee jaar later heeft de patiënte weer pijn gekregen zonder traumatische oorzaak. Daarvoor heeft ze gedurende 5 jaar pijnstillers ingenomen. Er werd een diagnose gesteld van artrose van de rechterheup door een posttraumatische avasculaire necrose van de femurkop. In 2018 werd een heupprothese geplaatst in een ander ziekenhuis. Op d3 vertoonde ze een luxatie, die dringend werd gereduceerd. Op d18 vertoonde ze een tweede luxatie. 3 maanden later was de evolutie gunstig en nam ze pijnstillers in volgens noodzaak. Gezien de aanhoudende pijn werd een biopsie onder echografie uitgevoerd. Er werden geen kiemen teruggevonden. Vier jaar na de artroplastiek werd de patiënte teruggezien wegens alsmaar toenemende pijn aan de rechterheup, stapproblemen, gevoeligheid, plaatselijk erytheem en een beperkte beweeglijkheid van de heup. Het CRP-gehalte was normaal en de bezinkingssnelheid verhoogd (100 mm na een uur). Bij analyse van een nieuw aspiraat werden andermaal geen bacteriën gevonden. Er werd dan beslist over te gaan tot een revisie van de prothese met debridement, verwijdering van de prothese en plaatsing van een spacer/cement met vancomycine. Microbiologisch onderzoek van de weefsels rond de prothese en het gewrichtsvocht wees op een Candidaalbicans. Er werd een behandeling gestart met amfotericine B i.v. en fluconazol gedurende 2 weken. Op d14 was de wonde droog en gezond. 3 maanden later werd de spacer verwijderd. De revisie verliep zonder complicaties. De patiënte werd uit het ziekenhuis ontslagen met een voorschrift voor fluconazol 400 mg 2 x/d per os en cefuroxime 500 mg 2 x/d. 1 jaar later had de patiënte geen symptomen en waren er geen radiologische tekenen van loslating van het implantaat.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen