Laparoscopie bij patiënten met milde endometriose: moet het beslissingsproces worden herzien?
Dit overzichtsartikel stelt dat laparoscopische behandeling van minimale/milde endometriose niet systematisch kan worden aanbevolen vóór in-vitrofertilisatie (IVF)-pogingen, vanwege het gebrek aan solide en gunstige bewijzen.
Bij afwezigheid van gedocumenteerde infertiliteit varieert het vruchtbaarheidscijfer van koppels in de vruchtbare leeftijd van 15% tot 20%, terwijl het bij onbehandelde endometriose bij vrouwen slechts tussen 2% en 10% ligt. Het classificatiesysteem voor endometriose van de American Society for Reproductive Medicine (rASRM) onderscheidt 4 stadia van de aandoening: minimale endometriose (stadium I), milde endometriose (stadium II), matige endometriose (stadium III) en ernstige endometriose (stadium IV). Het lijkt erop dat stadium I/II-endometriose [of minimale/milde endometriose (MME)] aanwezig is bij 15% tot 50% van de patiënten met endometriose. De gouden standaard voor de diagnose van MME is diagnostische laparoscopie, waarmee een histologische bevestiging van de klinische diagnose kan worden verkregen. Hoewel het verband tussen MME en infertiliteit onderwerp van discussie blijft, geeft dit overzichtsartikel inzicht in de beschikbare gegevens over de onderliggende mechanismen van door MME geassocieerde infertiliteit en beoordeelt het de rol van laparoscopische chirurgie bij de behandeling van secundaire infertiliteit door MME.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen