Naar een rookvrije generatie
Op 1 april laatstleden trad een rist nieuwe maatregelen in die de federale overheid oplegt om het roken en vapen te ontmoedigen. De huidige regering timmert verder aan de weg naar een rookvrije generatie die de vorige regering met minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke had uitgestippeld. Een beleid en regels die de maatschappelijke discussie rond rookstop terug zal aanzwengelen.
In het regeerakkoord van de Vivaldi-regering staan slechts drie regeltjes tekst over het tabaksbeleid: "Een omvattend en krachtig antitabaksbeleid is hierin essentieel. Er wordt gestreefd naar een rookvrije generatie door roken steeds minder aantrekkelijk en toegankelijk te maken". Het huidige regeerakkoord van de regering De Wever heeft er alvast meer tekst voor over. Ze herneemt de passage over de rookvrije generatie, in samenwerking met de Gemeenschappen, en wil de interfederale plannen rond tabak en alcohol uitvoeren. "We werken aan een omvattend en krachtig antitabaksbeleid door roken en vapen minder aantrekkelijk te maken."
Betere terugbetaling bij rookstop
Concreet stelt de regering vijf prioriteiten voorop. Ten eerste: ze gaat voor een verbod op rookkamers in publiek toegankelijke instellingen. Op de tweede plaats moet er binnen het kader van de ziekteverzekering werk worden gemaakt van een betere toegankelijkheid tot rookstopmiddelen, zoals nicotinesubstitutie. Tertio: rookstopbegeleiding in ziekenhuizen kan beter en is nodig, zoals heel wat studies uitwijzen. Apothekers en andere zorgverstrekkers in ambulante praktijken kunnen ook hun steentje bijdragen als het op rookstopbegeleiding aankomt, aldus de regering. De regering wil verder nog een uitbreiding van het rookverbod op terrassen en tijdens jeugdkampen. Basis voor dit alles is het federale tabaksplan "Interfederale Strategie 2022-2025 voor een Rookvrije Generatie", goedgekeurd door de vorige regering op 14 december 2022. De ambities van dat plan zijn best ambitieus: tegen 2028 het aantal dagelijkse rokers verminderen tot 10% van de bevolking en tegen 2040 tot 5% van de bevolking.
Uiteindelijke doel: tot een rookvrije generatie komen. De voorgestelde maatregelen situeren zich rond vier pijlers: prijsbeleid, bescherming van jongeren, rookvrije omgevingen en ondersteuning bij rookstop. Wat de prijzen van tabaksproducten betreft, een verhoging van de accijnzen zou er - in principe - moeten voor zorgen dat roken "minder aantrekkelijk wordt". Bescherming van jongeren vormt de tweede pijler: het verbieden van tabaksreclame - denk maar aan festivals en events o.a. - en het beperken van de verkooppunten moet jongeren minder blootstellen aan publiciteit voor tabak en dito producten.
Verder zet de regering in op meer rookvrije omgevingen, met een uitbreiding van rookverboden naar (nog) meer openbare ruimtes, vooral daar waar kinderen aanwezig zijn, zoals speeltuinen en sportterreinen. Vanuit de sector van de gezondheidszorg is de vierde pijler ook heel belangrijk. Lang niet alle rookstopmiddelen en -methodes worden door de ziekteverzekering terugbetaald. Daar vindt de regering dat er nog een tandje kan worden bijgestoken. Een eerste belangrijke datum voor deze regering met betrekking tot dit dossier was 1 april laatstleden. Heel wat media-aandacht ging naar de afgekondigde maatregelen, waaronder een verkoopverbod in grote voedingswinkels met meer dan 400 m2. Ook trad het uitstalverbod voor tabaksproducten in werking: alle verkooppunten (krantenwinkels, supermarkten, benzinestations) mogen geen tabaksproducten meer zichtbaar uitstallen. Sigaretten, e-sigaretten, sigaren, filters en vloeipapier moeten uit het zicht worden bewaard in gesloten kasten of aparte ruimtes, ook om jongeren minder in contact te brengen met deze producten. Het is uitkijken of alle maatregelen ook effect zullen hebben. Sommigen vinden dit beleid het zoveelste voorbeeld van onze (politieke) betuttelingsmaatschappij. Anderen zijn dan van mening dat onze volksgezondheid voorop moet staan.