Post-COVID, COPD, astma, psychologische en functionele verschillen
Vermoeidheid, dyspneu en cognitieve problemen komen niet alleen voor na covid. Maar beperken ze de activiteiten van het dagelijkse leven in dezelfde mate als bij astma of COPD? Een Duitse studie heeft de functionele en psychische impact van die drie chronische ademhalingsziekten geëvalueerd, met bijzondere aandacht voor somatisch-symptoomstoornis (SSD), een ziektebeeld dat vaak wordt onderschat.
Een post-covidsyndroom wordt gekenmerkt door lichamelijke en cognitieve symptomen die meer dan drie maanden na de infectie aanhouden. Die klachten komen ook vaak voor bij astma en COPD, maar de oorzaak ervan is dan vaak beter geobjectiveerd. Deze transversale studie uitgevoerd in een centrum voor pulmonale revalidatie heeft de correlatie tussen somatisch-symptoomstoornis, angst, depressie, klinische symptomen en beperkingen in het dagelijkse leven onderzocht bij patiënten met een post-covidsyndroom, astma of chronische obstructieve longziekte.
Transversale studie van drie ziektes
De studie is uitgevoerd bij 161 patiënten met een post-covidsyndroom, 121 astmalijders en 89 COPD-patiënten die waren opgenomen voor respiratoire revalidatie. Met gevalideerde vragenlijsten (SSD-12, PHQ-15, PHQ-9, GAD-7, FAS, EQ-5D-5L) hebben de vorsers somatisch lijden, psychisch lijden, vermoeidheid en de levenskwaliteit geëvalueerd. De vorsers hebben ook de longfunctie (FEV1, VC, DLCO) gemeten. Doel van de studie: nagaan welke psychische, fysieke of functionele factoren in die drie groepen het best correleerden met beperkingen in het dagelijkse leven.
Meer functionele handicap bij patiënten met een post-covidsyndroom
De patiënten met een post-covidsyndroom waren jonger, waren vaker vrouwen, waren vaker zwaarlijvig en hadden vaker een psychiatrische voorgeschiedenis. Hun levenskwaliteit was significant slechter dan die bij astmalijders of patiënten met COPD. Ze hadden ook hogere scores van vermoeidheid (FAS), depressie (PHQ-9) en SSD. De correlatie tussen een SSD, gedefinieerd volgens de scores op de PHQ-15 en de SSD-12, en beperkingen in het dagelijkse leven was sterker bij de patiënten met een post-covidsyndroom (OR 13,8) dan bij astmalijders en COPD-patiënten.
Bij astmalijders correleerde de GAD-7-score (gegeneraliseerde angst) het sterkst met beperkingen in het dagelijkse leven (OR 15,0) gevolgd door een SSD en vermoeidheid. De sterkste voorspeller van beperkingen in het dagelijkse leven bij COPD-patiënten was depressie (OR 8,9); andere voorspellers waren vermoeidheid (OR 6,0) en dyspneu (OR 10,3). De diffusiecapaciteit correleerde met beperkingen in het dagelijkse leven bij astmalijders en COPD-patiënten, maar niet bij patiënten met een post-covidsyndroom.
Perceptie van de handicap bij patiënten met een post-covidsyndroom
Een ROC-analyse (1) bevestigt het belang van een SSD bij patiënten met een post-covidsyndroom: de AUC van de scores op de PHQ-15 + de SSD-12 (2) bedroeg 0,991. Die combinatie correleerde dus zeer sterk met beperkingen in het dagelijkse leven, meer dan de combinatie van vermoeidheid, dyspneu en cognitieve problemen. Geen enkele meting bleek even performant bij astmalijders of COPD-patiënten.
Dat wijst erop dat de beperkingen in het dagelijkse leven bij patiënten met een post-covidsyndroom niet toe te schrijven zijn aan longafwijkingen, maar veeleer aan een sterke psychosomatische component, meer bepaald doordat de patiënten zich wegens de onverklaarde symptomen veel zorgen maken over hun lichamelijke gezondheid.
De revalidatie aanpassen aan de onderliggende aandoening
Het is dus nodig de pulmonale revalidatie aan te passen volgens de onderliggende aandoening. Bij patiënten met een post-covidsyndroom is een multidisciplinair beleid geïndiceerd met psychotherapie en een specifiek management van de psychosomatische stoornissen. Bij astmalijders moet je vooral de angst aanpakken en bij COPD-patiënten moet je zeker een eventuele depressie behandelen.
- ROC: Receiver Operating Characteristic, evalueert de diagnostische waarde van een score via een curve van de sensitiviteit versus de specificiteit
- AUC: Area Under the Curve, oppervlakte onder de curve; geeft weer of een score twee klinische toestanden correct kan onderscheiden. Hoe dichter de AUC bij 1 ligt, des te beter is de diagnostische waarde
Belangrijkste afkortingen:
- PCS: Post-COVID-syndroom
- DLI: Daily Life Impairment (beperkingen in het dagelijkse leven)
- SSD: Somatic Symptom Disorder (somatisch-symptoomstoornis)
- PHQ-15: Patient Health Questionnaire-15 (evaluatie van somatische symptomen)
- SSD-12: Somatic Symptom Disorder B-Criteria Scale (psychische component van een SSD)
- PHQ-9: Patient Health Questionnaire-9 (opsporing van depressie)
- GAD-7: Generalized Anxiety Disorder-7 (opsporing van gegeneraliseerde angst)
- FAS: Fatigue Assessment Scale (schaal voor evaluatie van vermoeidheid)
- EQ-5D-5L: European Quality of Life - 5 Dimensies - 5 niveaus
- EQ-VAS: visuele analoge schaal van de levenskwaliteit (component van de EQ-5D)
- FEV1: volume dat tijdens een geforceerde uitademing in 1 seconde wordt uitgeblazen
- VC: vitale capaciteit
- DLCO: koolstofmonoxidediffusiecapaciteit
Bron:
Schneider, A.et al. The implications of somatic symptom disorder on the impairment of daily life are greater in post-COVID syndrome than in asthma or COPD - results of a cross-sectional study in a rehabilitation clinic. Sci Rep 15, 11719 (2025). https://doi.org/10.1038/s41598-025-96055-x