Dossiers  >   Gastro-intestinale aandoeningen  >  Diagnose van coeliakie: Is een biopsie nog nodig als de IgA-titer hoger is dan 10 keer de bovengrens van de normaalwaarden ?

Diagnose van coeliakie: Is een biopsie nog nodig als de IgA-titer hoger is dan 10 keer de bovengrens van de normaalwaarden ?

De diagnose van coeliakie wordt klassiek gesteld met darmbiopsies, maar detectie van IgA-antistoffen tegen weefseltransglutaminase (TTG), endomysium (EMA) en gedeamineerd gliadine (DMG) zou kunnen volstaan. Als de test positief is, is wel een biopsie geïndiceerd voor een pathologisch-anatomische bevestiging. De European Society for Paediatric Gastroenterology and Nutrition (ESPGHAN) raadt aan geen biopsie uit te voeren bij kinderen als de anti-TTG-IgA-titer meer dan 10 keer hoger is dan de bovengrens van de normaalwaarden. In welke mate correleert dat bij volwassenen met de pathologisch-anatomische diagnose?

Coeliakie is een chronische auto-immune darmziekte die optreedt bij kinderen en volwassenen met een genetische aanleg als ze gluten innemen. Coeliakie veroorzaakt tal van symptomen waaronder malabsorptie, een herpetiforme dermatitis en neurologische afwijkingen (ataxie). Klassiek wordt de diagnose gesteld met biopsies, maar dat is een invasief onderzoek, dat niet heel specifiek is. Tegen die achtergrond raadt de ESPGHAN sinds 2020 aan geen biopsie meer uit te voeren bij kinderen en adolescenten als de titer van anti-TTG-IgA ≥ 10 keer hoger is dan de bovengrens van de normaalwaarden en als er IgA-antistoffen tegen endomysium (EMA) zijn in een tweede serumstaal. Als de antistoftiters zeer hoog zijn, gaat het zeker om coeliakie. Hoe is dat bij volwassenen? 

IgA-antistoffen tegen TTG correleren met het pathologisch-anatomisch beeld

De vorsers hebben een retrospectief onderzoek1 uitgevoerd bij 114 patiënten om na te gaan of een titer van IgA-antistoffen tegen TTG ≥ 10 x de bovenste normaalwaarde significant correleert met een pathologisch-anatomische diagnose van coeliakie en of in voorkomend geval een biopsie niet meer nodig is. Respectievelijk 97,4% en 93,8% van de patiënten hadden IgA-antistoffen tegen TTG en endomysium (EMA). De symptomen bij 79,8% van de patiënten waren buikpijn (41,2%), een opgeblazen gevoel (52%), een veranderde transit (42,2%), vermoeidheid (31,4%), ferriprieve anemie (24,5%) enz. De prevalentie van coeliakie verschilde volgens het geslacht: 75,3% bij vrouwen en 52% bij mannen. Een hoge titer IgA-antistoffen tegen TTG correleerde volgens de ROC-curven met een pathologisch-anatomische diagnose van coeliakie. 41,2% van de patiënten had een titer IgA-antistoffen tegen TTG ≥ 10 x de bovenste normaalwaarde. De sensitiviteit was 58,8% en de specificiteit 100%. De positieve voorspellende waarde was 100% en de negatieve voorspellende waarde 50,7 % (p < 0,001). Aangezien alle patiënten met een titer IgA-antistoffen tegen TTG ≥ 10 x de bovenste normaalwaarde ook EMA hadden, weerspiegelt de gecombineerde positieve voorspellende waarde zowel een anti-TTG-IgA-titer ≥ 10 x de normaalwaarde en positieve EMA. Geen enkele patiënt met een anti-TTG-IgA-titer ≥ 10 x de normaalwaarde was negatief op EMA. Bij 41,3% (n = 33) van de patiënten met een anti-TTG-IgA-titer < 10 x de normaalwaarde werd een diagnose van coeliakie bevestigd met een biopsie.

Een positieve voorspellende waarde van 100%

Tot in 2020 werd een diagnose van coeliakie bij alle patiënten gesteld met een dunnedarmbiopsie (atrofie van de darmvlokken). In 2020 heeft de ESPGHAN richtlijnen gepubliceerd voor een diagnose zonder biopsie bij kinderen.
Volgens deze nieuwe studie zou je dat ook kunnen toepassen bij volwassenen. Het betreft evenwel een retrospectief, monocentrisch onderzoek. Een andere beperking is het verschil in sensitiviteit en specificiteit van de beschikbare meetkits. Anderzijds is bewezen dat een anti-TTG-IgA-titer ≥ 10 x de bovenste normaalwaarde een specificiteit van 100% heeft bij het diagnosticeren van coeliakie. Daardoor kan je de diagnose sneller stellen en kan je een biopsie (en ook de daarmee samenhangende kosten voor gezondheidszorg) vermijden. Een biopsie is immers toch een invasief onderzoek. Bij patiënten met een typisch klinisch beeld, risicofactoren en positieve EMA is een biopsie dus misschien niet nodig. Wel moeten de meetkits dan worden gestandaardiseerd en moet je de patiënt betrekken bij het diagnostische proces.

Bron:

  1. Cauchi S, et al. Beyond biopsy: evaluating noninvasive techniques to diagnose celiac disease in adults. Ann Gastroenterol. 2025 May-Jun;38(3):270-275. doi: 10.20524/aog.2025.0959.
Beyond biopsy: evaluating noninvasive techniques to diagnose celiac disease in adults

Dr. Claude Biéva - Belangenconflicten: geen • MediQuality