Astma: voordelen van telemonitoring bevestigd in de dagelijkse praktijk
Bij kinderen met astma blijkt telemonitoring bijzonder doeltreffend voor de ziektecontrole en zelfs samen te hangen met een lager risico op spoedconsultaties en hospitalisaties. Dat blijkt uit een grootschalige Nederlandse studie die eind september werd voorgesteld op het congres van de European Respiratory Society (ERS, Amsterdam, 27/09-01/10).
Hoewel telemonitoring in gecontroleerde studies al gunstige resultaten opleverde, zijn gegevens uit de dagelijkse praktijk nog schaars. Een onderzoek bij 2.528 jonge astmapatiënten (6-18 jaar) uit zes Nederlandse centra, gepresenteerd op het ERS-congres door Martinus Oppelaar van het UMC Radboud (Nijmegen, Nederland), bevestigt het nut van deze vorm van afstandsopvolging via een app (1).
Eén keer per maand vullen de kinderen en hun familie in de app gegevens in over hun symptomen, om zo hun longfunctie te evalueren. De app bevat ook informatie over de gekozen behandelingsstrategie, het voorgeschreven geneesmiddel en de juiste wijze van inname.
"De patiënt en zijn familie vullen de gegevens zelf in. De zorgverlener krijgt wel een melding als de symptomen verergeren of als het astma onvoldoende onder controle is, en grijpt dan in. Het basisprincipe blijft echter dat de patiënt zelfstandig leert handelen," aldus Martinus Oppelaar.
In deze retrospectieve studie (2017-2023) werden 1.374 patiënten met telemonitoring vergeleken met 2.236 patiënten onder standaardopvolging met maandelijkse ziekenhuisconsultaties. Sommige kinderen maakten deel uit van beide groepen, omdat ze tijdens de studie overstapten op telemonitoring.
De resultaten tonen een daling van 49 % van het risico op spoedopnames bij patiënten met telemonitoring ten opzichte van de controlegroep, en een daling van 47 % van het hospitalisatierisico. Omdat de studie niet gerandomiseerd was, kan er wel sprake zijn van selectiebias – de app werd mogelijk vaker aangeboden aan patiënten bij wie het astma al goed onder controle was en die dus minder risico liepen dan standaard opgevolgde patiënten.
Een bijkomende analyse binnen de groep met telemonitoring bevestigde een rechtstreeks effect. Voor de introductie van de app bleef het aantal ziekenhuisbezoeken per jaar stabiel, maar dat daalde aanzienlijk na de overstap naar telemonitoring – gemiddeld -8,6 bezoeken per jaar. Ook het aandeel patiënten met goed gecontroleerd astma steeg geleidelijk, van 76,6 % bij de overgang tot 86 % drie jaar later.
Volgens Martinus Oppelaar "gaat telemonitoring gepaard met minder consultaties én een lager risico op spoedopname of hospitalisatie. Verdere studies zijn nodig om te bepalen welke factoren bij een patiënt het succes of falen beïnvloeden. Het belangrijkste is waarschijnlijk de digitale gezondheidsvaardigheid [het vermogen van patiënten en hun gezin om een digitaal gezondheidsinstrument te gebruiken, nvdr.] en in het bijzonder [hun] vermogen om de vereiste gegevens correct in te voeren, te interpreteren en ernaar te handelen."
"Telemonitoring is geen nieuw geneesmiddel – het zal uw ziekte niet doen verdwijnen," besluit Martinus Oppelaar. "Maar het kan kinderen en hun families helpen het astma beter te beheren. Leven met een chronische aandoening is vaak zwaar, zeker voor kinderen, en telemonitoring kan die belasting verlichten. Dat kan niet alleen de astmacontrole verbeteren, maar ook de zelfredzaamheid versterken."
Bron:
- Assessment of healthcare consumption and asthma control after implementation of remote monitoring in long-term multicentre paediatric asthma care", Oppelaar et al., ERS Congress 2025, Abstract OA2346