Heldercellige gynaecologische kanker: het nut van een combinatie van twee immunotherapeutische middelen
In een kleine, niet-gerandomiseerde studie, die is gepubliceerd in JAMA Oncology, bedroeg het percentage objectieve respons bij de behandeling van heldercellige gynaecologische kanker (endometrium-, ovariumkanker) bij behandeling met een combinatie van een PD-1-antagonist en een CTLA-4-antagonist meer dan 50%.
Heldercellige gynaecologische carcinomen, goed voor 5-10% van de endometriumkankers en 5-20% van de ovariumkankers, zijn agressieve kankers. Gezien hun lage frequentie worden ze op dezelfde manier behandeld als andere endometrium- en ovariumkankers. De klinische resultaten zijn echter minder goed en de prognose is slechter.
De resultaten van een klassieke chemotherapie zijn ontgoochelend. In studies met PD-1- en PD-L1-antagonisten zijn weinig conclusieve resultaten behaald bij patiënten met een gynaecologische kanker, maar bij subgroepanalyses hadden die toch betere effecten bij heldercellige kankers. Bo Gao et coll. (Sydney, Australië) hebben een combinatie van twee immunotherapeutische middelen onderzocht in een poging het rendement van de behandeling te verhogen.
De Most-CIRCUIT-studie is uitgevoerd bij 28 Australische en Nieuw-Zeelandse patiënten (mediane leeftijd 55 jaar) met een plaatselijk gevorderde heldercellige gynaecologische kanker (ovariumkanker n = 24 en endometriumkanker n = 4). De patiënten werden behandeld met nivolumab, een PD-1-antagonist, en ipilimumab, een CTLA-4-antagonist. Twee derde van de patiënten had al een behandeling gekregen; een derde had nog geen systemische kankertherapie gekregen.
De patiënten werden behandeld met nivolumab 3 mg/kg en ipilimumab 1 mg/kg om de 3 weken, 4 keer, gevolgd door nivolumab 480 mg om de 4 weken gedurende 96 weken tot tumorprogressie of optreden van onaanvaardbare bijwerkingen.
Endometriumkanker: 50% respons, ovariumkanker: 55% respons
Bij 54% van de patiënten is een respons vastgesteld (12% complete respons). Het percentage ziektecontrole bedroeg 62%. Het percentage objectieve respons bedroeg 55% bij vrouwen met ovariumkanker en 50% bij vrouwen met endometriumkanker. Het aantal patiënten is te laag om definitieve conclusies te kunnen trekken, maar dat wijst er toch op dat beide kankers op die immunotherapie kunnen reageren.
Het responspercentage was vergelijkbaar bij de patiënten die al een behandeling gekregen hadden (44%), en de patiënten die nog geen behandeling hadden gekregen (58%). Bij de stopzetting van de follow-up (van 9 tot 33 maanden) hield de respons bij alle responders aan.
De progressievrije overleving na zes maanden bedroeg 58%. De mediane progressievrije overleving was 10 maanden. De vorsers onderzoeken ook of de hoeveelheid mutaties in de tumor correleert met de waarschijnlijkheid van een tumorrespons. Die resultaten zullen binnenkort wereldkundig worden gemaakt.
Negen patiënten (35%) hebben een graad 3 of graad 4 immunologisch gemedieerde bijwerking ontwikkeld. Eén patiënt heeft een graad 5-myocarditis ontwikkeld.
De fraaie responspercentages en de lange duur van de respons vormen een significante vooruitgang in een domein waarin de klinische noden hoog zijn. Opvallend is vooral de langdurige respons zowel bij ovarium- als bij endometriumkanker. Dat strookt met andere gegevens, die erop wijzen dat heldercellige carcinomen misschien een sterkere immuunrespons opwekken dan andere gynaecologische kankers.
Bron: