Dossiers  >   Spondyloartritis  >  Welke patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening dreigen een spondyloartritis te krijgen?

Welke patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening dreigen een spondyloartritis te krijgen?

10% van de patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening heeft tevens een spondyloartritis (SpA). Welke invloed hebben biologische geneesmiddelen (en met name TNF-alfa-antagonisten) en JAK-remmers, die doeltreffend zijn bij de behandeling van chronische inflammatoire darmaandoeningen én SpA, op de prevalentie van SpA?

Young-Eun Kim et coll. (Seoel, Zuid-Korea) hebben tussen 2008 en 2022 een retrospectief cohortonderzoek uitgevoerd bij 1553 patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa) zonder spondyloartritis die werden behandeld met adalimumab, infliximab, vedolizumab, ustekinumab of tofacitinib. De patiënten die musculoskeletale symptomen hebben ontwikkeld, werden naar een reumatoloog verwezen o.m. voor klassieke röntgenfoto's, een MRI van de sacro-iliacale gewrichten in geval van twijfel en bepaling van HLA-B27.

106 (6,8%) patiënten hebben tijdens de follow-up musculoskeletale symptomen ontwikkeld en bij 30 patiënten (1,9%) is een diagnose van SpA gesteld (axSpA n = 20 en perifere SpA n = 10).

Bij de 76 patiënten die voor het eerst tijdens de follow-up musculoskeletale symptomen hebben ontwikkeld zonder diagnose van SpA, werden meerdere reumatologische of musculoskeletale aandoeningen gediagnosticeerd: aspecifieke mechanische gewrichtspijn (51; 67%), degeneratieve artrose (12; 16%) en inflammatoire musculoskeletale aandoeningen (13; 17% van wie 10, 13%, systemische lupus erythematosus). 

6,8% patiënten met musculoskeletale symptomen en 1,9% met SpA

106 patiënten hebben tijdens de follow-up voor het eerst musculoskeletale symptomen gekregen. Hun mediane leeftijd was 25,1 jaar (kwartielafstand 19-36). 55 (51,9%) waren mannen. 38 patiënten (35,8%) hadden een colitis ulcerosa en 68 (64,2%) een ziekte van Crohn.

De patiënten hebben verschillende biologische geneesmiddelen of JAK-remmers gekregen, vooral infliximab (IFX) (n = 66; 62,3%) en adalimumab (ADA; n = 24; 22,6%).

Bij de patiënten bij wie een diagnose van spondyloartritis werd gesteld, bedroeg de mediane duur van de darmaandoening voor het verschijnen van musculoskeletale symptomen 4,6 jaar (kwartielafstand: 2,5-6,5). In de groep zonder SpA was dat 6,1 jaar (kwartielafstand 2,1-12,3; p = 0,06). Bij het verschijnen van de musculoskeletale symptomen werden 75 patiënten (70,8%) behandeld met mesalazine.

De patiënten met een SpA vertoonden een significant hogere bezinkingssnelheid bij het starten van de behandeling en bij het verschijnen van de gewrichtssymptomen dan de patiënten zonder SpA.

23% van de patiënten met een SpA en 1% van de patiënten zonder SpA waren HLA-B27-positief (p = 0,001). 

Geen klasse-effect

Er is geen statistisch significante correlatie gevonden tussen een of ander biologisch geneesmiddel of JAK-remmer en het risico op SpA. Het aantal patiënten dat werd behandeld met infliximab, was echter lager in de SpA-groep (43% vs. 70%; p = 0,01). Is dat te danken aan infliximab zelf of aan een voorschrijfbias? Er is geen significante correlatie vastgesteld met de andere geneesmiddelen (adalimumab, vedolizumab, ustekinumab, tofacitinib) .

Wat de behandeling van de SpA betreft, 77% van de patiënten werd behandeld met een NSAID, hoofdzakelijk celecoxib, en 23% met klassieke DMARD's (methotrexaat of sulfasalazine). Na het stellen van de diagnose van SpA is de behandeling met het biologische geneesmiddel of de JAK-remmer bij geen enkele patiënt veranderd.

De activiteit van de SpA gemeten met de BASDAI was significant verminderd na behandeling (p = 0,03) zonder toename van de activiteit van de inflammatoire darmaandoening, ongeacht of de patiënten al dan niet een NSAID kregen.

In die studie is dus bij 1,9% van de patiënten voor het eerst een diagnose van SpA gesteld. Dat is minder dan in eerdere studies. Interessant is voorts dat de inname van NSAID's geen invloed had op de activiteit van de inflammatoire darmaandoening. 

Bron:

Kim YE, Ahn SM, Oh JS et coll. Risk of Spondyloarthritis in Patients with Inflammatory Bowel Disease under Treatment with Biologics or Janus Kinase Inhibitors. J Rheumatol. 2025 Jul 25:jrheum.2024-1279.

Risk of Spondyloarthritis in Patients With Inflammatory Bowel Disease Receiving Treatment With Biologics or Janus Kinase Inhibitors

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality