Nieuws  >  Glioblastoom en risico op intracraniale bloeding : orale anticoagulantia of laagmoleculairgewichtheparine?

Glioblastoom en risico op intracraniale bloeding : orale anticoagulantia of laagmoleculairgewichtheparine?

Deze vergelijkende studie leert dat de incidentie van klinisch relevante intracraniale bloedingen bij patiënten met een glioblastoom lager is met direct werkende orale anticoagulantia dan met laagmoleculairgewichtheparines (LMWH). De resultaten zijn overtuigend. We zouden dus moeten overwegen opnieuw orale anticoagulantia voor te schrijven in plaats van LMWH’s bij een veneuze trombo-embolie.

Veneuze trombo-embolie is een significante oorzaak van morbiditeit en mortaliteit bij kankerpatiënten. Volgens de literatuur zou 15-30% van de patiënten met een glioblastoom een veneuze trombo-embolie ontwikkelen. Moeten die patiënten een antistollingstherapie  krijgen en zo ja, welke? Die patiënten lopen immers ook een hoog risico op intracraniale bloedingen. De keuze tussen direct werkende orale anticoagulantia en laagmoleculairgewichtheparines is moeilijk, ook al omdat er weinig is gepubliceerd, aangezien patiënten met een hersentumor over het algemeen net worden uitgesloten uit klinische studies wegens het hogere risico op intracraniale bloeding, aldus dr. Reed-Guy. Bij twijfel wordt momenteel de voorkeur gegeven aan een LMWH. Deze studie heeft het risico op intracraniale bloeding met die 2 therapeutische klassen onderzocht.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen

Schrijf u gratis in

Om toegang te krijgen tot nationale en internationale medische informatie op al uw schermen.