Myeloproliferatieve neoplasie. Naar aanleiding van 3 gevallen met een arteriële trombose als eerste ziekteteken
Bij myeloproliferatieve neoplasie is er een hoger risico op veneuze en arteriële trombose. Vandaar het belang van een hematologisch onderzoek, eventueel aangevuld met een botbiopsie en opsporing van mutaties. Illustratie naar aanleiding van drie gevallen1 van een myeloproliferatieve neoplasie die is gediagnosticeerd naar aanleiding van een arteriële trombose.
Patiënten met een bcr-abl-negatieve myeloproliferatieve neoplasie lopen een hoog risico op trombo-embolische accidenten, waardoor de morbiditeit en de sterfte stijgen in vergelijking met de algemene bevolking. De trombose kan zich op verschillende plaatsen voordoen zoals een veneuze trombose van het splanchnische stelsel en een sinustrombose. Circa 40% van de patiënten vertoont een arteriële of veneuze trombose op het ogenblik dat de diagnose van myeloproliferatieve neoplasie wordt gesteld. Er zijn meerdere risicofactoren bekend zoals omgevingsfactoren, patiëntgebonden factoren en genetische factoren, met name de mutatie JAK 2V617F.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen