Progressie van myopie bij 30% van de jongvolwassenen
Uit een in JAMA-gepubliceerde Australische cohortstudie (1) blijkt dat in de leeftijdscategorie van 20 tot 28 jaar myopie voorkomt bij 14% van de deelnemers, terwijl er sprake is van progressie van myopie bij 37,8% van de opgevolgde jongvolwassenen. De incidentie van de progressie van myopie mag dan wel lager zijn op volwassen leeftijd in vergelijking met die in de kindertijd, de resultaten van deze studie zouden – net als bij de kinderen – er kunnen op wijzen dat de tijd die in de buitenlucht wordt doorgebracht het risico van progressie van myopie zou kunnen beperken.
De auteurs hebben de incidentie van myopie geanalyseerd aan de hand van de maat voor verandering in het sferische equivalent (SE) en de axiale lengte (AL). De inclusie van de incidentie-analyses omvatte in totaal 516 personen (261 mannen [50,6 %]) zonder myopie en 698 (349 [50,0 %]) met myopie van dezelfde leeftijd. Voor de analyse van de progressie waren er 691 deelnemers (339 mannen [49 %]). De incidentie van het optreden van myopie na een follow-upperiode van 8 jaar bedroeg 14,0% (95% CI: 11,5%-17,4%) in de eerste groep. Een verandering van de bijziendheidsgraad (van 0,50 dioptrie [D] of meer aan minstens één oog) trad op bij 261 deelnemers (37,8%).
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen