Hoge prevalentie van cognitieve fragiliteit bij hivdragers. Zijn preventieve maatregelen mogelijk?
Hiv-geïnfecteerde patiënten ontwikkelen over verloop van tijd cognitieve fragiliteit, ongeacht de antiretrovirale behandeling. Dat heeft belangrijke klinische complicaties voor de patiënt en de gemeenschap. Kennen we risicofactoren en zo ja, zouden we dan preventieve maatregelen kunnen nemen? Een samenvatting van de gegevens die dr. J. Milic (Italië) heeft gepresenteerd op het 34e European Congress of Clinical Microbiology & Infectious Diseases (ESCMID Global).
Cognitieve fragiliteit wordt gedefinieerd als een syndroom bij bejaarden dat gekenmerkt wordt door tekenen van fragiliteit en cognitieve deficits zonder klinische diagnose van dementie. Die definitie biedt een nieuw kader om het cognitieve deficit te beschrijven bij hiv-geïnfecteerde patiënten. De prevalentie blijkt hoger te zijn in die populatie. In de literatuur vinden we cijfers van 30-40% (mediane leeftijd: 62 jaar) versus 25% in een controlepopulatie. Daarvoor worden meerdere verklaringen naar voren geschoven: de vergrijzing van hivdragers is synoniem met meer comorbiditeit, de beperkte diffusie van antiretrovirale middelen in het hersenweefsel dat het virus herbergt, meer bepaald in de macrofagen, en activering van de cellen en ontsteking door het virus zelf.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen