Follow-up na orgaantransplantatie door de huisarts
Een orgaantransplantatie is een in opzet curatieve behandeling voor een aantal ziektes in een terminaal stadium: niertransplantatie wegens terminaal nierfalen, levertransplantatie wegens cirrose, harttransplantatie wegens een refractair hartfalen, longtransplantatie wegens ernstige chronische ademhalingsinsufficiëntie…(1)
Na transplantatie is een langdurige immunosuppressieve behandeling geïndiceerd ter preventie van afstoting. Na een allotransplantatie treedt immers geen immunologische tolerantie op. Een getransplanteerde kadavernier bijvoorbeeld blijft gemiddeld 10 tot 15 jaar goed werken. Na 5 jaar werkt gemiddeld nog 67% van de getransplanteerde levers.
Tijdens het eerste jaar na transplantatie van een vast orgaan kunnen complicaties optreden die eigen zijn aan het getransplanteerde orgaan. Als er problemen rijzen tijdens het eerste jaar, moet je vooral denken aan een acute rejectie of een infectie en moet de patiënt in het transplantatiecentrum worden gezien. Maar zodra de situatie gestabiliseerd is, meestal na een jaar, is de follow-up grotendeels vergelijkbaar ongeacht het getransplanteerde orgaan. De complicaties die dan optreden, zijn immers te wijten aan de chronische onderdrukking van het immuunsysteem. De problemen zijn dan minder acuut en algemener en kunnen gemakkelijk worden opgevangen door de huisarts.
Follow-up tijdens het eerste jaar: transplantatiecentrum
Een acute rejectie moet zo snel mogelijk worden gediagnosticeerd en behandeld. Dat betekent o.a. frequente bepaling van het serumcreatinine en systematische biopsies van een hart- of longtransplantaat.
Na ontslag uit het ziekenhuis moet regelmatig een bloedonderzoek worden uitgevoerd: aanvankelijk 1 tot 2 keer per week en daarna, afhankelijk van de evolutie, minder vaak (om de 2 weken, om de maand of langer). Een stijging van bepaalde biomarkers (serumcreatinine na niertransplantatie, levertests na levertransplantatie) kan wijzen op een acute rejectie. Er bestaan nog geen biomarkers om een subklinische rejectie van een hart- of longtransplantaat te diagnosticeren en daarom worden systematisch respectievelijk endomyocard- of endobronchiale biopsies uitgevoerd. Ook worden de dalconcentraties van bepaalde immunosuppressiva (ciclosporine, tacrolimus …) gemeten om toxiciteit (te hoge spiegel) of onvoldoende immunosuppressie (te lage spiegel) op te sporen.
Na transplantatie is de patiënt vatbaarder voor infecties (epstein-barrvirus, cytomegalovirus, bacteriën, fungi, opportunistische kiemen …) als gevolg van de immunosuppressieve behandeling, maar die vatbaarheid verschilt van patiënt tot patiënt, wat te maken heeft met de aangeboren afweer. Tijdens het eerste jaar na transplantatie kunnen dan ook infecties optreden, die soms fataal zijn.(2) Een snelle diagnose kan dan levensreddend zijn. Soms is het moeilijk het onderscheid te maken tussen een infectie en een afstoting. Zowel een acute rejectie als infecties kunnen koorts veroorzaken.
Na stabilisering(3)
Zodra de situatie gestabiliseerd is, meestal na een jaar, kunnen complicaties optreden die een multidisciplinaire aanpak vergen. De follow-up omvat onder meer controlebiopsies, beeldvormingsonderzoeken en opsporing van HLA-antistoffen die specifiek gericht zijn tegen het transplantaat. De meeste problemen kunnen worden opgevangen door de huisarts in samenwerking met het transplantatiecentrum. De huisarts kan bloedonderzoeken aanvragen (dalspiegels van immunosuppressiva, serumcreatinine …). Immunosuppressiva verhogen het risico op door virussen veroorzaakte kankers (vooral van de huid en de baarmoederhals). Screening op die kankers is essentieel.
Los daarvan kunnen getransplanteerde patiënten dezelfde gezondheidsproblemen en ziektes krijgen als andere mensen en ook voor die problemen is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Als de huisarts een mogelijk ernstig probleem vaststelt, neemt hij het best contact op met het transplantatiecentrum.
Bronnen:
- Rev Prat nov 2023;73(9):976-979, https://www.larevuedupraticien.fr/article/suivi-apres-transplantation-dorganes
- Infections in solid organ transplant recipients, https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/B9781455748013003131?via%3Dihub
- Medical follow-up after organ transplantation, https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38294447/