Hoe kan men platineresistentie bij ovariumkanker omzeilen?
In de meeste gevallen is of wordt ovariumkanker resistent tegen platine. We hebben nu echter een beter inzicht gekregen in de onderliggende mechanismen, wat ons op het spoor kan zetten van nieuwe behandelingen.
Al meerdere decennia is chemotherapie met platinaverbindingen (cisplatine, carboplatine en oxaliplatine) de standaardbehandeling bij ovariumkanker na cytoreducerende chirurgie. Over het algemeen wordt de diagnose van ovariumkanker in een laat stadium gesteld. De meeste patiënten reageren aanvankelijk goed op een platine, maar in circa 70% van de gevallen zal een recidief optreden en zal de kanker resistent worden tegen platinaverbindingen. De resistentie kan intrinsiek of verworven zijn. We spreken van intrinsieke resistentie als de tumor (over het algemeen een heldercellig, transitioneel type, mucineus of laaggradig sereus carcinoom) niet reageert op een eerstelijnstherapie met een platinaverbinding en tijdens of meteen na het starten van de eerstelijnstherapie. We spreken van verworven resistentie als de tumor aanvankelijk goed reageert op de behandeling.
Interval zonder platine
Het interval zonder platine wordt gedefinieerd als de tijd tussen de datum van de laatste toediening van een platine en de datum van relaps. Dat wordt veel gebruikt om de respons op een nieuwe kuur met een platinaverbinding te voorspellen. De Gynecologic Cancer InterGroup (GCIG) deelt de patiënten in vier groepen in naargelang van de duur van dat interval: refractair tegen platine (interval zonder platine ≤ 1 maand), resistent tegen platine (interval van 1 tot ≤ 6 maanden), gedeeltelijk gevoelig voor platine (interval van 6 tot ≤ 12 maanden) en platinegevoelig (interval > 12 maanden).
Om platineresistente ovariumkanker beter te kunnen behandelen, is onderzoek verricht naar de oorzaken van dat fenomeen. Onderzoekers hebben verschillende mogelijke mechanismen tegen het licht gehouden: afwijkingen van het genoom, epigenetische afwijkingen, farmacologische veranderingen, gebrekkig herstel van DNA-letsels, metabole herprogrammering, micro-omgeving van de tumor en geprogrammeerde celdood.
Er zijn nieuwe classificaties voor ovariumkanker opgesteld om een behandeling op maat voor te schrijven in geval van platineresistentie. Die classificaties zijn gebaseerd op verschillende pathologisch-anatomische subtypes met minstens drie grote moleculaire groepen: gemuteerde BRCA-genen, deficiënte homologe recombinatie (los van BRCA-mutaties) en geen deficiënte homologe recombinatie.
PARP-remmers, MEK-remmers, angiogeneseremmers …
Er zijn nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld. PARP-remmers, eventueel in combinatie met chemo- of immunotherapie, zijn bijzonder effectief bij patiënten met schadelijke BRCA-mutaties of afwijkingen van de genen die DNA-letsels herstellen. Dat geldt ook voor angiogeneseremmers zoals bevacizumab.
Er lopen studies met immunotherapie, MEK-remmers en PIK3CA-remmers bij patiënten met een hooggradig sereus carcinoom. Die geneesmiddelen zijn gericht tegen specifieke moleculaire wegen en bieden nieuwe perspectieven. Nieuw zijn antistoffen gekoppeld aan een geneesmiddel (ADC), die gericht zijn tegen specifieke antigenen op het oppervlak van ovariumtumorcellen. Die combineren de specificiteit van monoklonale antistoffen (gericht tegen specifieke tumorantigenen) en de cytotoxische werking van cytostatica. Ze voeren het cytotoxische geneesmiddel direct naar de kankercellen, waardoor de gezonde weefsels worden gespaard.
Het landschap van systemische behandelingen voor ovariumkanker evolueert dus met rasse schreden. Of die nieuwe strategieën zullen slagen, zal afhangen van de integratie van complexe moleculaire analyses bij de behandeling. Die hebben tot doel de patiënten op te sporen die het meeste baat zullen vinden bij die innovatieve behandelingen.
Bron:
Li H, Sheng JJ, Zheng SA et coll. Platinum-resistant ovarian cancer: From mechanisms to treatment strategies. Genes Dis. 2025 Aug 11;13(2):101801. doi: 10.1016/j.gendis.2025.101801.