Congres  >   ASCO 2022  >  Van behandeling van blaaskanker naar een pantumorale behandelstrategie: de RAGNAR-studie is een mijlpaalstudie ter zake

Van behandeling van blaaskanker naar een pantumorale behandelstrategie: de RAGNAR-studie is een mijlpaalstudie ter zake

In de RAGNAR-studie is een pan-FGFR-tyrosinekinaseremmer doeltreffend gebleken bij een twintigtal gevorderde tumoren met mutaties en fusies van een van de 4 FGFR-genen (FGFR 1, FGFR 2, FGFR 3 en FGFR 4). Die mutaties worden teruggevonden bij een glioom, urotheelcarcinoom, galwegkanker en in minder mate bij long-, borst- en baarmoederhalskanker. Het percentage ziektecontrole met de tyrosinekinaseremmer was zo hoog dat zou kunnen worden overwogen de kankertherapie te richten op de mutaties en niet meer op het aangetaste orgaan.

Bepaalde kankers kunnen goed worden behandeld met een behandeling gericht tegen afwijkingen van de FGFR (Fibroblast Growth Factor Receptor). Mutaties en fusies van FGFR-genen kunnen immers determinerend zijn bij de pathogenese van kanker en worden teruggevonden bij blaaskanker, pancreaskanker, urotheelcarcinoom en glioom om alleen maar de agressiefste tumoren te vermelden. In een studie bij 132 patiënten met een blaaskanker in verschillende stadia en wisselende graad vertoonden 48 van de tumoren een FGFR3-mutatie. Erdafitinib is een pan-EGFR-tyrosinekinaseremmer. In een fase II-studie bedroeg het percentage objectieve respons bij patiënten met een niet-reseceerbaar, plaatselijk gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom met FGFR-afwijkingen 40%. In aansluiting daarop is de RAGNAR-studie, een fase II-studie uitgevoerd. Die studie zou weleens de aanzet kunnen geven tot een nieuw beleid bij bepaalde kankers.1

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen