Congres  >   SFD 2025  >  Type 1-diabetes: de glykemie bij inspanning is moeilijk te regelen, zelfs met een geslotenlussysteem

Type 1-diabetes: de glykemie bij inspanning is moeilijk te regelen, zelfs met een geslotenlussysteem

Met geslotenlussystemen hebben type 1-diabetespatiënten het nog altijd moeilijk de glykemie te regelen als ze lichamelijke activiteit verrichten. Dat blijkt uit de resultaten van de RAPPID-studie, die is gepresenteerd op het congres 2025 van de Société́ francophone du diabète (SFD).

Zoals iedereen, kunnen en moeten type 1-diabetespatiënten lichaamsbeweging nemen. Alsmaar meer patiënten krijgen een gesloten- of halfgeslotenopenlussysteem. Hoe regelen ze de glykemie bij inspanning? Dat is een essentiële vraag gezien het risico op hypoglykemie en de daaruit voortvloeiende ongevallen (vallen).

De RAPPID-studie is uitgevoerd om na te gaan wat er gebeurt als type 1-diabetespatiënten met een geslotenlussysteem regelmatig lichaamsbeweging nemen. Op het congres zijn drie mondelinge presentaties en een posterpresentatie gegeven over die studie.1,2,3,4 De RAPPID-studie is een Frans multicentrisch observatorium van de Universitaire ziekenhuizen van Straatsburg (HUS), het CHU de Nancy, het CHU de Caen en het institut de diabétologie de Mainvilliers (Eure-et-Loir). 

De studie is uitgevoerd bij 86 patiënten met type 1-diabetes die sinds minstens drie maanden een geslotenlussysteem droegen en regelmatig lichaamsbeweging namen. Tijdens een follow-up van een maand hebben de deelnemers een dagboekje ingevuld met een beschrijving van de details van de sessies van fysieke activiteit (timing en duur, type activiteit, intensiteit, aanpassing van het geslotenlussysteem …). De boekjes werden dan geanalyseerd samen met glucosewaarden van het geslotenlussysteem. De gemiddelde BMI van de patiënten was 25,4 kg/m2. 37% van de patiënten woog te veel en 12% was zwaarlijvig.

In het totaal zijn 954 sessies van fysieke activiteit geregistreerd tijdens de studie van een maand, gemiddeld 13 per patiënt (spreiding 3 tot 51). De sessies duurden gemiddeld 1,5 uur en meestal ging het om een weinig tot matig intense activiteit. Driewart van de sessies betrof aerobe activiteiten (joggen, fietsen, zwemmen ….).

De glykemie werd gemeten voor, tijdens en na de sessies. De tijd in hypoglykemie steeg tijdens aerobe training (7% tegen 2% voor de sessie). Die tendens tot hypoglykemie bleef bestaan na de sessie (5%). Tijdens anaerobe inspanningen (spierversterkende oefeningen …) steeg de tijd in hypoglykemie enkel na de sessie (van 1% voor naar 4%).

Lage glykemie tijdens 30% van de sessies 

Tijdens een derde van de sessies zijn lage glykemiewaarden gemeten, d.w.z. een glykemie < 70 mg/dl gedurende meer dan een kwartier tijdens de sessie of tijdens de eerste drie uur na de sessie. Meestal duurde dat langer dan 30 minuten. Bij ongeveer 30% van de episoden was de glykemie lager dan 54 mg/dl gedurende meer dan een kwartier. Tijdens 151 (19%) van de 803 sessies van fysieke activiteit is een hypoglykemie opgetreden (in 62,3% van de gevallen met symptomen). Tijdens 89 sessies ging het om een niveau 1-hypoglykemie (54-70 mg/dl), tijdens 53 sessies om een niveau 2 (< 54 mg/dl) en tijdens 9 sessies om een niveau 1- én een niveau 2-hypoglykemie. Tijdens 21,5% van de sessies hebben de patiënten koolhydraten ingenomen tijdens de fysieke activiteit (1 of 2 tussendoortjes in 87% van de gevallen; gemiddelde inname: 33,5 ± 23,1 g).

Bij analyse van de dagboeken van de patiënten zijn subjectieve tekenen van hypoglykemie gerapporteerd tijdens 191 sessies. Die cijfers stemden evenwel niet overeen met de waarden gemeten bij continue glucosemonitoring. 53 episoden van door de patiënten gerapporteerde hypoglykemie strookten niet met de gemeten glucosewaarden en waren veeleer toe te schrijven aan een subjectief gevoel van daling van de glykemie echter zonder dat die daalde tot beneden de afkapwaarde van hypoglykemie. Patiënten met type 1-diabetes die met een geslotenlussysteem worden behandeld, moeten dus educatie krijgen over fysieke activiteit. 

Bronnen:

Activité physique et boucle fermée chez le sujet vivant avec un DT1: Pratiques d'ajustement du système de délivrance automatisée d'insuline et collations avant l'activité physique, lors de l'étude RAPPID, étude prospective multicentrique française
Activité physique et boucle fermée chez le sujet vivant avec un DT1 : paramètres CGM avant, pendant et après les séances d'AP lors de l'étude RAPPID, une étude prospective multicentrique française
Activité physique et boucle fermée chez le sujet vivant avec un DT1 : population étudiée et descriptif de l'étude RAPPID, une étude prospective multicentrique française
Activité physique et boucle fermée chez le sujet vivant avec un DT1 : fréquence des hypoglycémies au cours des séances d'activité physique. Etude RAPPID prospective multicentrique française

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality