Een langwerkend preparaat van cabotegravir + rilpivirine: geschikt voor vrouwen en jongvolwassenen met een perinataal verworven hiv
Cabotegravir + rilpivirine (CAB + RPV) LA is het eerste langwerkende preparaat dat om de twee maanden wordt geïnjecteerd. Het is een omwenteling geweest bij de behandeling van hiv (meer autonomie voor de patiënten, die dan niet meer dagelijks geneesmiddelen door de mond hoeven in te nemen). Volgens twee presentaties op de 20e European AIDS Conference (EACS 2025), een tweejaarlijks congres, dat wordt gehouden door de European AIDS Clinical Society (EACS) en dat dit jaar heeft plaatsgevonden in Parijs van 15 tot 18 oktober, leent die behandeling zich voor vrouwen en voor jongvolwassenen met een via perinatale weg opgelopen hiv.
Intramusculaire toediening van langwerkend CAB + RPV is geïndiceerd bij volwassenen met hiv-1 met een viruslast ≤ 50 kopieën/ml, die een stabiele antiretrovirale behandeling krijgen, bij wie er geen sprake of vermoeden is van resistentie tegen een van de twee geneesmiddelen en die niet geïnfecteerd zijn met hiv-subtypes die zeldzame mutaties vertonen. Subanalyses van de RELATIVITY HIV Cohort Study leren meer over de indicaties voor die combinatietherapie in twee subpopulaties: vrouwen en jongvolwassenen met een via perinatale weg opgelopen hiv.
Vrouwen: meer comorbiditeiten, maar niet meer virologisch falen
Over het algemeen zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in klinische studies. Daarom hebben Maria Jose Galindo Puerto et coll. (Valentia, Spanje) de gegevens over de werkzaamheid en de veiligheid van de behandeling in die populatie in het reële leven geanalyseerd in het multicentrische, ongecontroleerde RELATIVITY HIV-cohortonderzoek. De studie is uitgevoerd bij mensen met hiv ouder dan 12 jaar met een onmeetbaar lage viruslast, die voor 31 december 2024 waren overgeschakeld op injecties van CAB + RPV LA en die niet eerder hadden deelgenomen aan een klinische studie.
477 (14,89%) van de 3203 mensen met hiv waren vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen was 50 jaar (bij mannen was dat 44 jaar). 37,3% van de vrouwen (en 28,8% van de mannen) was afkomstig uit een ander land dan Spanje.
De duur van de antiretrovirale behandeling (14,0 vs. 9,0 jaar; p < 0,001) en de tijd dat de viruslast onmeetbaar laag is geweest voor verandering van behandeling (99,0 vs. 81,0 maanden; p < 0,001), waren langer bij vrouwen dan bij mannen. Het percentage virologisch falen voor de verandering van behandeling was ook hoger (7,3% versus 3,1%; p < 0,001).
Bij inclusie vertoonden de vrouwen vaker comorbiditeiten: diabetes 16,6% vs. 10,2%, coronairlijden 30,4% vs. 21,3%, chronische ademhalingsziekte(10,9% vs. 3,6% en progressieve kanker 10,3% vs. 7,6%. Vrouwen waren echter minder vaak drugs- (23,2% vs. 34,4%) of alcoholverslaafd (5,2% vs. 10,4%).
De follow-up was korter bij vrouwen (13,1 [7,5-18,5] vs. 14,1 [9,0-19,1] maanden; p = 0,051) en het aantal patiënten dat de behandeling definitief heeft stopgezet, was hoger bij de vrouwen dan bij de mannen (8,2% vs. 4,7%; OR: 1,8 [95% BI: 1,21-2,64]; p < 0,003). Het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet wegens bijwerkingen, was hoger bij vrouwen (1,9% versus 0,7%; OR: 2,86 [95% BI: 1,13-6,76]; p = 0,014). Het percentage virologisch falen was echter vergelijkbaar in de twee geslachten (1,3% versus 0,7% (p = 0,266).

Figuur uit de presentatie (1)
Volgens de auteurs vertoonden de vrouwen met hiv die zijn overgeschakeld op CAB + RPV LA, een minder goed profiel in termen van comorbiditeit en toch liepen ze geen hoger risico op virologisch falen dan mannen. Vrouwen zetten de behandeling echter misschien vaker stop.
Jongvolwassenen met een via perinatale weg opgelopen hiv
Langwerkende injecties van cabotegravir/rilpivirine (CAB + RPV LA) zijn goedgekeurd voor de behandeling van adolescenten ouder dan 12 jaar en volwassenen met hiv bij wie het virus is onderdrukt. Jose Ignacio Bernadino et coll. (Madrid, Spanje) hebben de gegevens geanalyseerd van 30 jongvolwassenen met een via perinatale weg opgelopen hiv in de RELATIVITY HIV-cohorte van 3203 patiënten. De mediane follow-up was 13,8 maanden (8,8-19,1), de mediane leeftijd was 27 jaar (kwartielafstand 23-32) en 56,7% van de patiënten waren vrouwen. 79,3% waren Spanjaarden en van 7 (41,2%) van 17 patiënten was het virale subtype niet bekend. Bij inclusie in de studie bedroeg het mediane aantal CD4-cellen 740/mm³ (95% BI: 475-1067) en hadden 28 patiënten (93,3%) een viruslast < 50 kopieën/ml.
Ondanks een hogere frequentie van eerder virologisch falen in de groep die het hiv via perinatale weg had opgelopen, waren de werkzaamheid en het veiligheidsprofiel van de behandeling vergelijkbaar. Bij drie patiënten (10,7%) is de behandeling stopgezet respectievelijk wegens virologisch falen, kinderwens en niet-naleven van de voorziene raadplegingen. Een behandeling met CAB + RPV LA is dus bijzonder relevant voor jongvolwassenen met hiv, die het vaak moeilijk hebben dagelijks geneesmiddelen door de mond in te nemen.
Bronnen:
- Session RO3.7 Galindo Puerto M, De Liguel R, Troya Garcia J et coll. Efficacy and safety of long-actingintramuscular cabotegravir and rilpivirine inwomen: a substudy of the RELATIVITY cohort, 20th European AIDS Conference (EACS 2025), Paris, octobre 2025.
- Session O2.2 Bernadino J, Cabelo N, Galindo M et coll. Long-acting injectable cabotegravir/rilpivirine in young adults with perinatally acquired HIV. RELATIVITY cohort study, 20th European AIDS Conference (EACS 2025), Paris, octobre 2025.