Duidelijke opnamecriteria nodig voor intensieve behandelingseenheden in jeugdpsychiatrie (nieuw rapport KCE)
De For-K intensieve behandelingseenheden (IBE) zijn bedoeld voor jongeren met een ernstige psychiatrische problematiek die door een jeugdrechter onder een gerechtelijke maatregel zijn geplaatst. Deze voorzieningen, waarvan België er momenteel 14 telt, werden nu bijna 20 jaar geleden opgericht in het kader van een pilootproject. Bijna alle jongeren in deze eenheden volgden een zeer moeilijk levenspad en kwamen al met talrijke organisaties in aanraking, maar geen enkele heeft de eindverantwoordelijkheid.
De oprichting van deze eenheden gebeurde in het kader van een pilootproject dat in de loop van de tijd evolueerde, maar de voorlopige financiering werd nooit omgezet in een structurele financiering. Deze tijdelijke status, die al bijna 20 jaar aan de gang is, stelt deze eenheden en de ziekenhuizen die hen huisvesten, voor diverse problemen. De interkabinettenwerkgroep "Task Force Geestelijke Gezondheidszorg" gaf daarom aan het KCE de opdracht om na te gaan hoeveel For-K intensieve behandelingseenheden en bedden België nodig heeft, teneinde hun situatie een permanent karakter te geven.
Jongeren die in de For-K IBE's worden opgenomen, hebben steevast een moeilijk levenstraject achter de rug. Hun traject bracht hen vaak in contact met talrijke organisaties in de sectoren van onderwijs, jeugdhulp, (geestelijke) gezondheidszorg, maatschappelijk welzijn, gehandicaptenzorg, politie en justitie.
De For-K IBE's behoren tot een bijzonder complex landschap op het kruispunt van al deze sectoren, die onder federaal, regionaal of gemeenschapsbestuur vallen. Op elk bestuursniveau zijn verschillende overheidsdiensten en departementen betrokken, met verschillende geografische organisaties op regionaal, provinciaal en zelfs lokaal niveau. Tot op heden heeft geen enkele instantie de eindverantwoordelijkheid voor het hele traject van een jongere.
Een belangrijke conclusie van deze studie is dat het in de For-K IBE's verrichte werk algemeen erkend en gewaardeerd wordt. Elk jaar worden ongeveer 300 jongeren opgenomen voor langdurige intensieve zorg (6 maanden tot 1 jaar). Het huidige aanbod beantwoordt dus aan een duidelijke behoefte, en er zijn verschillende aanwijzingen dat het zelfs moet worden uitgebreid. Vanwege de meningsverschillen qua doelgroep en het gebrek aan objectieve gegevens is het momenteel echter onmogelijk om te bepalen hoeveel jongeren baat zouden hebben bij een opname in een For-K en of er eventuele alternatieven zijn.
Over het profiel van de jongeren die in aanmerking komen voor een opname in een For-K bestaat geen consensus. Aanvankelijk waren de For-K IBE alleen toegankelijk voor jongeren die als "jeugddelinquent" werden gekwalificeerd, maar sinds 2009 aanvaarden bepaalde For-K IBE's ook jongeren in een "verontrustende situatie"; of in een psychiatrische crisissituatie, voor wie een ‘gedwongen opname' nodig is. Bovendien hanteert elke For-K IBE zijn eigen opname- en exclusiecriteria. Zonder een duidelijke definitie van de doelgroep is het onmogelijk te bepalen welk zorgaanbod noodzakelijk is.
De stakeholders die tijdens de studie werden bevraagd, wezen erop dat sommige opnames in de For K IBE's kunnen worden vermeden als de problemen in een vroeger stadium zouden worden onderkend en aangepakt. Bovendien maakt het verblijf van jongeren op een For-K IBE deel uit van een continuum; ze kunnen niet los worden beoordeeld van hun vorige en volgende trajecten. Ondanks de inspanningen van de bevoegde autoriteiten is er een tekort aan opvangplaatsen in de (kinder)psychiatrie en jeugdhulp. Om de investeringen in de For-K's zo efficiënt mogelijk te benutten, moet de preventie in een vroeg stadium worden verbeterd, en moet de zorg na ontslag geoptimaliseerd worden.
Een ander probleem is dat het vaststellen van een ernstig psychiatrisch probleem bij een jongere niet eenvoudig is en dat jeugdrechters geen experts zijn op het gebied van kinderpsychiatrie. De psychiatrische diagnose is nochtans een verplicht opnamecriterium. Jeugdrechters zijn dus afhankelijk van een beoordeling door een (kinder- of jeugd) psychiater. Echter de realisatie hiervan binnen een redelijke termijn is onzeker: er is een tekort aan kinder- of jeugdpsychiaters en hun rapportage is niet goed gestandaardiseerd.
Er is een spanningsveld tussen de jeugdrechters, die spoedopvang moeten vinden voor jongeren in nood, en de psychiaters, die uitgaan van de zorgnoden van een jongere. Meer systematische procedures voor deze beoordelingen zijn dus noodzakelijk.
Ten slotte bevestigen de KCE-onderzoekers dat de huidige financiering van de For-K IBE's ontoereikend is om de werkelijke kosten te dekken en dat de status van pilootproject hen de toegang verhindert tot bepaalde uitgaven die met een structurele financiering wel mogelijk zouden zijn (b.v. investeringen in nieuwe infrastructuur). Om het werk van de bestaande teams te beschermen, is het dus hoog tijd dat deze eenheden op een structurele financiering kunnen rekenen. In de studie worden hiervoor een aantal manieren aangereikt, waaronder de invoering van een (nieuwe) specifieke beddenindex. Ook de erkenningsnormen, zoals het aantal en het type personeelsleden en hun kwalificaties, moeten preciezer worden omschreven.