Goed nieuws van het ERS 2025 voor kinderen met astma
Het jaarlijkse congres van de European Respiratory Society heeft dit jaar in september plaatsgevonden in Amsterdam (ERS 2025). Er zijn meerdere studies gepresenteerd die goed nieuws brachten voor kinderen met astma: een interessante Nederlandse studie van de positieve invloed van telemonitoring bij kinderen en adolescenten met astma,(1) een Israëlische studie over datzelfde onderwerp(2) en een Canadese studie waarin is vastgesteld dat de incidentie van astma bij kinderen lager was als er van bij de geboorte een hond in het gezin was.(3)
Een grote groep Nederlandse vorsers (Nijmegen, Hoofddorp, Blaricum, Veldhoven) heeft haar studie1 gepresenteerd tijdens de lange ‘Shaping the future of respiratory care through artificial intelligence and evidence-based digital strategies'-sessie. De groep heeft het effect van telemonitoring op het gebruik van gezondheidszorg (consultaties, ziekenhuisopname) op lange termijn geëvalueerd bij jonge patiënten met astma.
De studie is uitgevoerd in het kader van een groot project, de Luchtbrug. Luchtbrug is een digitale tool die dient om een behandeling op maat voor te schrijven en de patiënten op afstand te volgen. De tool is in 2010 opgestart door het Radboudumc, het universitaire ziekenhuis van Nijmegen. Het doel van Luchtbrug: een betere toegang tot de zorg, een goede controle van het astma en het leven van jonge astmalijders vergemakkelijken.
De patiënten van 6 tot 18 jaar werden van 2017 tot 2023 gevolgd in 4 Nederlandse ziekenhuizen (follow-up van minstens 2 jaar) en werden ingedeeld in 2 behandelingsgroepen (met of zonder regelmatige thuismonitoring). De twee primaire eindpunten waren opnames op de spoedafdeling en ziekenhuisopname.
De helft minder problemen
De resultaten zijn veeleer bemoedigend. De incidentieverhouding (IRR) van opnames op de spoedafdeling bedroeg 0,55 (95% BI: 0,44-0,68) en de IRR van ziekenhuisopname 0,42 (95% BI: 0,30-0,59) in het voordeel van telemonitoring. Ook het aantal externe routineconsultaties daalde in de groep die op afstand werd gevolgd. 43 maanden na invoering van de telemonitoring bij die kinderen en adolescenten is het percentage patiënten waarbij het astma goed onder controle was, gestegen van 68,6% naar 90,1%. Het betreft dus een win-winsituatie: minder gebruik van gezondheidszorg en een betere controle van het astma.
Meer dagen zonder symptomen
Tijdens diezelfde sessie is een Israëlische studie (Petah Tikva) gepresenteerd die nagenoeg dezelfde vragen tegen het licht heeft gehouden: waarde van telegeneeskunde bij het management en de controle van astma bij kinderen.2
De gerandomiseerde, gecontroleerde studie is uitgevoerd bij 160 jonge astmalijders (6-18 jaar, die in 2 groepen werden ingedeeld: gebruikelijke standaardbehandeling ("fysieke" consultaties) of een virtueel beleid (telemonitoring: spirometrie, oxymetrie, auscultatie) en een driemaandelijkse teleconsultatie. Het primaire eindpunt was het aantal dagen zonder symptomen gedurende 12 maanden. De secundaire eindpunten waren: gebruik van gezondheidszorg, absenteïsme van de ouders wegens het astma van hun kinderen en de mate van tevredenheid in beide groepen. Het gebruik van gezondheidszorg was vergelijkbaar in de twee groepen, maar het aantal dagen zonder symptomen was significant hoger bij de patiënten in de groep telegeneeskunde. Het werkverlet van de ouders was lager (0,73 versus 3,7 dagen, p < 0,001). De tevredenheid over de telegeneeskunde was hoog ondanks enkele problemen bij het gebruik van de technologie.
Baby + hond = minder astma
Een Canadese studie (Toronto) heeft de correlatie tussen blootstelling van op zeer jonge leeftijd aan allergenen binnenshuis en het risico op astma tijdens de kinderjaren geëvalueerd.3
De vorsers zijn daarvoor uitgegaan van de gegevens van CHILD, een Canadees cohortonderzoek, dat in meerdere fasen is opgestart tussen 2008 en 2012. 6,6% van de 1050 kinderen van gemiddeld 3,94 maanden van wie de blootstelling aan allergenen binnenshuis was gedocumenteerd, had op de leeftijd van 5 jaar astma ontwikkeld.
Eén van de onderzochte allergenen was Can f1, het belangrijkste hondenallergeen. Blootstelling van bij de geboorte aan een hoge hoeveelheid Can f1 correleerde met een significant lagere incidentie van astma op de leeftijd van 5 jaar (OR: 0,52, 95% BI: 0,25-0,98).
Bronnen:
- Marc Oppelaar et coll. Assessment of healthcare consumption and asthma control after implementation of remote monitoring in long-term multicentre paediatric asthma care, Abstract OA2346., Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025.
- P. Stafler et coll. Telemedicine-enabled home monitoring enhances asthma control in children: A randomized controlled trial, Abstract OA1268. Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025.
- Jacob McCoy et coll. Association of early-life dust allergens and endotoxin with childhood asthma and lung function: An analysis of the CHILD study, Abstract OA1265, Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025.