Congres  >   ERS 2025 - focus astma  >  Mepolizumab: geïndiceerd bij COPD, maar niet bij chronische hoest

Mepolizumab: geïndiceerd bij COPD, maar niet bij chronische hoest

Mepolizumab is een IL-5-antagonist, die inwerkt op eosinofilie. Mepolizumab wordt onderzocht bij COPD en chronische hoest. Op het congres van de European Respiratory Society dit jaar (ERS 2025) zijn twee studies ad hoc gepresenteerd.

COPD-HELP-studie: minder risico op recidief

Bijna een derde van de COPD-patiënten vertoont een eosinofiele ontsteking met eosinofiele cellen in het bloed en de luchtwegen. Dat fenotype correleert met een hoge frequentie van exacerbaties en een betere respons op corticosteroïden. De COPD-HELP-studie1 is een fase IIb-studie die het nut van maandelijkse injecties van mepolizumab bij COPD-patiënten heeft onderzocht. Mepolizumab is een monoklonaal antilichaam gericht tegen interleukine-5 (IL-5), dat is goedgekeurd bij de behandeling van een ernstig eosinofiel astma, en dat nu ook wordt uitgetest bij COPD. In een eerdere studie is vastgesteld dat het voorschrijven van mepolizumab bij ontslag uit het ziekenhuis niet resulteerde in een lager aantal nieuwe ziekenhuisopnames of een lagere sterfte. Vandaar het idee om mepolizumab nog tijdens het ziekenhuisverblijf voor te schrijven bij patiënten met minstens 300 eosinofiele cellen/mm³ (gemiddeld 570).

De patiënten werden gerandomiseerd naar mepolizumab 100 mg of een placebo om de week gedurende vier weken en daarna om de vier weken gedurende 44 weken. De studie is uitgevoerd bij 238 patiënten van gemiddeld 69 jaar (49% mannen, 94% kreeg een drievoudige combinatietherapie; gemiddeld 5,3 exacerbaties tijdens de laatste 12 maanden, waarbij in de helft van de gevallen zuurstof werd gegeven).

De mediane tijd tot een nieuwe ziekenhuisopname of overlijden bedroeg respectievelijk 25,4 en 26,1 weken, dus een hazard ratio (HR) van 0,96 (niet statistisch significant). De HR van nieuwe ziekenhuisopname bedroeg 0,89 met mepolizumab, maar ook dat verschil was niet statistisch significant. De HR van matig ernstige tot ernstige exacerbaties was 0,81, wat net niet significant was.

Figuur uit de presentatie(1)

Bij analyse van de secundaire eindpunten is een verbetering van de symptoomscore vastgesteld, maar niet van de activiteitsscore of de impactscore. Tijdens het jaar van de follow-up is het aantal matig ernstige tot ernstige exacerbaties gedaald met 19%, opnieuw een niet-significant verschil.

Figuur uit de presentatie(1)

MUCOSA-studie: mepolizumab heeft geen zin bij chronische hoest

Chronische hoest, astma en eosinofiele bronchitis komen vaak samen voor. De klinische tekenen van bronchitis of astma verbeteren vaak met de behandeling (inhalatiecorticosteroïden of corticosteroïden via algemene weg). Een chronische hoest heeft belangrijke invloed op het dagelijkse leven van de patiënten en wordt blijkbaar gemedieerd door een abnormaal hoog aantal eosinofiele cellen in de bronchiale secreties. De MUCOSA-studie is een gerandomiseerde placebogecontroleerde studie2 die het nut van mepolizumab, een IL-5-antagonist, in die indicatie heeft onderzocht. Mepolizumab vermindert de rijping, de rekrutering en de overleving van de eosinofiele cellen. In die studie werd mepolizumab toegediend in een dosering van 100 mg sc per week gedurende 14 weken. De studie is uitgevoerd bij 30 patiënten van gemiddeld 66 jaar (56% vrouwen), die gemiddeld 17 keer per uur hoestten.

Het primaire eindpunt van de studie was het aantal episoden van hoesten per uur. Resultaat: tijdens de follow-up van 14 weken is geen significant verschil tussen de twee groepen waargenomen.

Figuur uit de presentatie(2)

Er is evenmin een significant verschil in de secundaire eindpunten (ernst van de hoest en vragenlijst over de impact van de hoest) vastgesteld.

Figuur uit de presentatie(2)

De auteurs hebben ook het aantal eosinofiele cellen in het bloed en de sputa gemeten. Het aantal eosinofiele cellen is snel gedaald en is dan tijdens de hele follow-up laag gebleven. Bij een subgroepanalyse volgens het aantal eosinofiele cellen in de sputa bij inclusie in de studie is geen verschil gemeten tussen patiënten met astma en patiënten met een eosinofiele bronchitis. Nermin Diab denkt dan ook dat andere sporen moeten worden geëxploreerd, ook bij patiënten met een chronische hoest en eosinofiele cellen.

Figuur uit de presentatie(2)

Bronnen:

Session cutting-edge trial data on biologics for airway diseases: asthma, COPD, chronic rhinosinusitis with nasal polyps and chronic cough

  1. McAuley H, Flynn C, Elmeima O et coll. Mepolizumab Following Hospitalisation for Severe Exacerbation of Eosinophilic COPD. Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025
  2. Diab N, Brister D, Kum E et coll. Mepolizumab for the treatment of refractory chronic cough in patient with eosinophilic airways disease (MUCOSA): a randomized, double-blind, parallel-group, placebo-controlled trial. Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025
The ERS Congress
Mepolizumab for COPD with Eosinophilic Phenotype following Hospitalization

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality