Dossiers  >   World Arthritis Day 2025  >  “Vroege” axiale spondyloartritis (axSpA): behandelen of niet?

“Vroege” axiale spondyloartritis (axSpA): behandelen of niet?

Behandeling van reumatoïde artritis in een vroeg stadium is beter voor de patiënten, althans op korte termijn. Volgens een Spaanse studie zou dat echter niet zo zijn bij axiale spondyloartritis (axSpA). Maar heeft een behandeling in een vroeg stadium een effect op lange termijn?

Het begrip "vroege" axiale spondyloartritis (axSpA) is vrij recent en is ingevoerd met het idee dat de prognose beter zal zijn als je de behandeling in een vroeg stadium start. Het ASAS-SPEAR-project, een bundeling van adviezen van experts, heeft een consensuele definitie van "vroege" axSpA opgesteld, concreet: symptomen sinds minder dan 2 jaar.

De werkzaamheid van biologische geneesmiddelen (bDMARD's) en gerichte synthetische (tsDMARD's) geneesmiddelen is bewezen, maar er is weinig informatie over hun werkzaamheid volgens het ziektestadium.

Diego Benavent et coll. (Barcelona, Spanje) hebben een meta-analyse uitgevoerd om na te gaan of een kortere duur van de symptomen correleert met een betere respons op ziektemodificerende geneesmiddelen bij patiënten met een axSpA. Het primaire eindpunt was het percentage ASAS40-respons na 12-16 weken. Secundaire eindpunten waren de ziekteactiviteit (ASDAS, BASDAI), de functie (BASFI), de beweeglijkheid (BASMI), ontstekingsmarkers (CRP) en de levenskwaliteit (ASQoL, SF-36, EQ-5D).

De analyses zijn uitgevoerd in twee fasen: berekening van het relatieve risico (RR) op een ASAS40-respons voor elke duur en daarna van de verhouding van het relatieve risico met bDMARD's en het relatieve risico met een placebo.

Geen verschil bij een bewezen vroege axSpA

De vorsers hebben voor hun meta-analyse 11 gerandomiseerde, gecontroleerde studies geselecteerd bij in het totaal 3272 patiënten. Al die studies zijn uitgevoerd met biologische geneesmiddelen, meer bepaald TNF-alfa-antagonisten (adalimumab, etanercept, infliximab, golimumab, certolizumab pegol) en IL-17-antagonisten (secukinumab, ixekizumab). Er is geen enkele studie met een tsDMARD geselecteerd (die laatste studies voldeden niet aan de inclusiecriteria). De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 37,9 jaar en de symptomen bestonden sinds gemiddeld 9,3 jaar. 59% van de patiënten waren mannen en ca. 80% van de patiënten was HLA-B27-positief.

Na een follow-up van 2 jaar bedroeg het relatieve risico (RR) van een ASAS40-respons in vergelijking met de placebogroep 2,04 (95% BI: 1,48-2,84) in de groep met een vroege axSpA en 2,28 (95% BI: 1,65-3,15) in de groep met een "bewezen " axSpA. Dat resulteerde in een RRR van 0,89 (95% BI: 0,63-1,26). De vorsers hebben geen statistisch significant verschil vastgesteld tussen de twee groepen. Bij evaluatie na 3 tot 5 jaar hebben de vorsers geen verschillen vastgesteld.

Geen effect op de score van ziekteactiviteit

De vorsers hebben ook meerdere secundaire eindpunten geanalyseerd: ASAS20-respons (RRR na 2 jaar = 0,96), ASAS5/6 (RRR na 2 jaar = 0,87), ASAS Partial Remission (RRR na 2 jaar = 1,10), ASDAS < 2,1 (RRR na 2 jaar = 0,96), ASDAS < 1,3 (RRR na 2 jaar = 1,21), ASDAS CII (clinically important improvement), zijnde een verbetering ≥ 1,1 (RRR na 2 jaar = 1,03), ASDAS MI (major improvement), zijnde een verbetering ≥ 2,0 ( RRR na 2 jaar = 0,84) en BASDAI50-respons (RRR na 2 jaar = 0,97). Dus opnieuw geen significant verschil.

De scores van ziekteactiviteit (ASDAS, BASDAI) na 2 jaar waren ook identiek in alle subgroepen. Bij analyse van de functionele scores (BASFI), de scores van beweeglijkheid (BASMI), ontstekingsmarkers (CRP) en graadmeters van levenskwaliteit (ASAS HI, ASQoL, EQ-5D, SF-36) zijn geen significante verschillen vastgesteld. Bij een gestratificeerde analyse volgens het subtype van axSpA (radiografische axSpA versus axSpA zonder radiografische afwijkingen) werd geen significant verschil in werkzaamheid van de behandeling waargenomen volgens de duur van de symptomen.

Volgens die meta-analyse heeft de duur van de symptomen geen significante invloed op de respons op biologische geneesmiddelen op korte termijn. De vraag rijst dan ook of er wel een therapeutisch "opportuniteitsvenster" bestaat bij axSpA. Bij reumatoïde artritis blijkt een vroege behandeling de prognose duidelijk te verbeteren, maar dat blijkt dus niet zo te zijn bij axSpA. Nu moet nog worden onderzocht welke invloed een vroege behandeling heeft op lange termijn en welk effect tsDMARD's en andere geneesmiddelen (NSAID's, klassieke ziektemodificerende geneesmiddelen), die in deze studie niet zijn geanalyseerd, hebben.

Bron:

Benavent D, Navarro-Compan V, Capelusnik D et coll. Does symptom duration impact on treatment response in axial spondyloarthritis? A meta-analysis of randomized controlled trials. Rheumatology (Oxford). 2025 Jul 11:keaf382. doi: 10.1093/rheumatology/keaf382

ASAS SPondyloarthritis EARly definition (ASAS SPEAR)
Does symptom duration impact on treatment response in axial spondyloarthritis? A meta-analysis of randomized controlled trials

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality