Congres  >   EACS 2025  >  (Minder jonge) mensen met hiv in Nederland stellen het veeleer goed

(Minder jonge) mensen met hiv in Nederland stellen het veeleer goed

De 20e European AIDS Conference (EACS 2025), een tweejaarlijks congres, dat wordt gehouden door de European AIDS Clinical Society (EACS), heeft dit jaar plaatsgevonden in Parijs van 15 tot 18 oktober. Een Nederlandse groep heeft er een studie gepresenteerd over de levenskwaliteit bij mensen met hiv. De vorsers zijn daarvoor uitgegaan van de gegevens van de AGEhIV Cohort Study, die is opgestart in 2010. Ze hebben daarbij vastgesteld dat de levenskwaliteit vergelijkbaar is met die bij mensen zonder hiv, maar ze hebben ook een hoge prevalentie van depressieve stoornissen vastgesteld, wat toch vragen doet rijzen.(1)

Kevin Moody (universitaire ziekenhuis Amsterdam UMC) heeft de studie gepresenteerd op het EACS 2025.(1) De studie kadert in de bredere AGEhIV-studie een cohortonderzoek, dat sinds 2010 de effecten van het verouderen en het optreden van leeftijdsgebonden aandoeningen analyseert bij mensen met hiv en mensen zonder hiv.(2) Bij inclusie in de cohorte waren de patiënten minstens 45 jaar oud. In het kader van de studie worden ze om de twee jaar gevolgd (gesprek, onderzoek, tests, vragenlijsten).

Dat is niet de eerste studie die is afgeleid van de AGEhIV-cohorte. In 2017 zijn al studies gepubliceerd waarin is vastgesteld dat mensen met hiv vaker comorbiditeiten vertonen, dat ze een minder goede aan de lichamelijke en de geestelijke gezondheid gerelateerde levenskwaliteit hebben en dat ze vaker depressief zijn.(3)

De studie, die in Parijs is gepresenteerd, heeft gezocht naar eventuele verschillen in de aan de lichamelijke en de geestelijke gezondheid gerelateerde levenskwaliteit tussen mensen met hiv en mensen zonder hiv met een soortgelijk profiel (demografische kenmerken, gedrag …). De aan de gezondheid gerelateerde levenskwaliteit werd bij inclusie in de studie en 2, 4 en 8 jaar later geëvalueerd met gevalideerde tools, namelijk de PCS (Physical Component Score), de MCS (Mental Component Scores) en de SF-36-vragenlijst (36-item Short Form Survey).

De slotanalyse betrof 522 mensen met hiv en 532 controlepersonen. In beide groepen ging het overwegend (73%) om mannen die seks hadden met mannen (MSM). De kenmerken waren vergelijkbaar in de twee groepen: mediane leeftijd 53 vs. 52 jaar, mannelijk geslacht 90% vs. 84% en geboren in Nederland 73% vs. 81%. De gemiddelde leeftijd bij inclusie was 52-53 jaar. Bij de evaluatie acht jaar later waren ze gemiddeld dus 60-61 jaar.

Alle mensen met hiv werden behandeld en de viruslast was onmeetbaar laag (d.w.z. lager dan 200 kopieën/ml).

Goede levenskwaliteit, maar risico op depressie

De PCS en de MCS kenden eenzelfde verloop zonder significant verschil tussen de twee groepen. Na een mediane follow-up van 8,05 jaar was de gecorrigeerde PCS (aan de lichamelijke gezondheid gerelateerde levenskwaliteit) bij de mensen met hiv lager dan in de controlegroep (2,05, 95% BI: 3,06-1,04, p < 0,001). Ook de MCS (aan de geestelijke gezondheid gerelateerde levenskwaliteit) was lager bij de mensen met hiv dan in de controlegroep. Het verschil was echter niet significant (1,12, 95% BI: 2,34-0,09, p = 0,07).

Figuur uit de presentatie . (1)

De curven waren vergelijkbaar en lagen vrij dicht bij elkaar. De auteurs leiden eruit af dat mensen met hiv van middelbare leeftijd die vlotte toegang krijgen tot de zorg en goed worden behandeld (met een goede controle van de viruslast), een aan de lichamelijke en de mentale gezondheid gerelateerde levenskwaliteit hebben die vrij vergelijkbaar is met die bij  mensen zonder hiv.

Bij de CES-D-vragenlijst, die wordt gebruikt om depressieve stoornissen op te sporen, was de frequentie van depressieve stoornissen significant hoger bij de mensen met hiv. Die liepen dus een duidelijk hoger risico op depressie. De hoge prevalentie van lichte tot matige depressieve stoornissen had blijkbaar echter geen weerslag op de scores van de levenskwaliteit en bleef dus deels onder de radar.

Dat heeft ten dele te maken met de aard de vragenlijsten (algemene of gecentreerd op functies en symptomen). Volgens Kevin Moody getuigt dat misschien van de veerkracht van die generatie van mensen met hiv, die ook andere tijden heeft gekend. Dat zou kunnen verklaren waarom ze hun levenskwaliteit goed vonden ondanks de duidelijke depressieve symptomen.

De auteurs pleiten dan ook voor meer aandacht voor de verschillende aspecten van de geestelijke gezondheid en een gerichte opsporing van specifieke stoornissen en symptomen zoals een depressie. Dat zou het mentale welzijn van mensen met hiv ten goede kunnen komen.

Bronnen:

  1. Moody KG et coll. Health-related quality of life in ageing people with HIV is not different to that of well-matched controls without HIV: an 8-year longitudinal analysis from the AGEhIV cohort study on ageing and comorbidities. 20th European AIDS Conference (EACS 2025), abstract O1.7, Paris, octobre 2025.
  2. The AGEhIV Cohort Studie. https://agehiv.nl/
  3. Langebeek N, Kooij KW, Wit FW, et coll. AGEhIV Cohort Study Group. Impact of comorbidity and ageing on health-related quality of life in HIV-positive and HIV-negative individuals. AIDS. 2017 Jun. https://doi.org/10.1097/qad.0000000000001511
20th EUROPEAN AIDS CONFERENCE 15 – 18 OCTOBER 2025 / PARIS, FRANCE
The AGEhIV Cohort Studie.
Impact of comorbidity and ageing on health-related quality of life in HIV-positive and HIV-negative individuals

Patrice Pinguet - Belangenconflicten: geen • MediQuality