Voordelige belasting op auteursrechten
19/05 - De belasting op arbeid in België is heel hoog. Auteursrechten zijn een interessante optie om de belastingaangifte te optimaliseren en als men bepaalde activiteiten heeft volbracht die als originele en creatieve werken kunnen worden bestempeld. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om die inkomsten aan slechts 7,5% te belasten. Laurent Van Brempt van het boekhoudkantoor AllSee legt ons in detail uit welke regels er op auteursrechten van toepassing zijn.
De belasting van professionele inkomsten van fysieke personen gebeurt volgens progressieve tarieven die schommelen tussen de 25 en 50%, zonder de bijkomende gemeentelijke en provinciale opcentiemen. Zelfs al zijn er belastingverminderingen en een gedeelte dat vrijgesteld is van belastingen, de toegepaste belastingvoet blijft tamelijk hoog. Naast de professionele inkomsten zijn de inkomsten uit roerende inkomsten onderhevig aan vaste tarieven in functie van het inkomen. De belasting op dividenden is bijvoorbeeld 30%, zelfs met bepaalde mechanismen die deze belastingvoet gevoelig kunnen verminderen, zoals we in een vorig artikel hebben uitgelegd.
Wat dat betreft zijn auteursrechten roerende inkomsten en bedraagt de vaste belastingvoet 15%, op voorwaarde dat de belastingplichtige een bepaald bedrag niet overschrijdt (62.090 euro voor het aanslagjaar 2021). Naast deze kleine belastingvoet laat de wet de belastingplichtige toe om reële of forfaitaire kosten af te trekken. De forfaitaire kosten volgen een degressieve schaal. Ze gaan tot 50% onder de 16.560 euro en liggen vast op 25% voor de schijf tussen dit bedrag en 33.110 euro (voor aanslagjaar 2021). "Concreet betekent dit dat een persoon die zich 16.000 euro auteursrechten toekent, slechts 7,5% belastingen moet betalen of 1.200 euro. Het is moeilijk om beter te doen", benadrukt Laurent Van Brempt.
En omdat het over inkomsten uit roerende goederen gaat, moet men anderzijds geen sociale bijdrage betalen. Ter verduidelijking: dit gaat op voor zelfstandigen, maar niet voor loontrekkenden. Daaruit volgt dat deze inkomsten niet meetellen voor de berekening van sociale rechten, zoals het pensioen. Dit nadeel is toch wel miniem, als men ziet welke besparing dit oplevert door de lage belastingvoet.
Met deze voordelige belastingvoet in het achterhoofd kan het voor een zelfstandige heel aantrekkelijk zijn om zich in auteursrechten te laten uitbetalen in plaats van de klassieke professionele inkomsten. Niet alles is toegestaan en men moet aan meerdere voorwaarden voldoen. "De toepassingsregeling is tamelijk zeker want de fiscale administratie heeft de kans gehad zich meerder keren uit te spreken via haar Dienst Voorafgaande Beslissingen", aldus Laurent Van Brempt.
Ten eerste is het nodig om de creatie van een origineel werk te identificeren. Voor bepaalde activiteiten is hier geen discussie over. Denk maar aan journalisten, fotografen, zangers of zelfs schilders. Geleidelijk aan begonnen bepaalde beroepen met het gebruik van auteursrechten, zoals informatici of personen die in communicatie aan de slag zijn. Voor artsen zijn de medische activiteiten uiteraard uitgesloten. Bepaalde randactiviteiten kunnen echter hiervoor volledig in aanmerking komen, zoals het schrijven van artikels of het geven van opleidingen.
Ten tweede, de creatie van het werk moet een lucratief doel hebben en een overeenkomstige factuur moet dat kunnen bewijzen. Ook kan dat via de invloed van het werk op de reputatie van de arts, waardoor hij/zij meer patiënten heeft.
Ten derde mag men bepaalde financiële evenwichten niet verstoren. "De fiscale administratie vraagt om het salarisbeleid niet te veranderen en dat de professionele inkomsten een vereist minimum behalen om te kunnen genieten van een verminderde belastingvoet op de vennootschapsbelasting. Bovendien moeten de winsten van de vennootschap minstens even gelijkwaardig zijn aan de ontvangen auteursrechten", merkt Laurent van Brempt op.
In de praktijk is het voor een arts het meest eenvoudige om zich te baseren op het jaarlijkse aantal uren dat hij/zij heeft besteed aan de creatie van originele werken. Over het algemeen zal het eindbedrag heel zeker niet hoog zijn, maar de besparing door de voordelige belasting is dat wel. Tussen de arts en zijn/haar vennootschap moet er een overeenkomst worden opgesteld die de toepasselijke regels in het geval van belangenconflicten respecteert. Men moet dit vermelden in de jaarrekening. Wat de inhouding van de roerende voorheffing betreft, deze moet aan de bron gebeuren.
"Als besluit kunnen we stellen dat het moeilijk lijkt voor een arts om zich grote inkomsten uit auteursrechten toe te kennen. Echter, voor een arts die zijn/haar medische praktijk combineert met opleidingen of het schrijven van artikels bijvoorbeeld, zijn auteursrechten een echt interessante optie om de belastbaar bedrag te verminderen", besluit Laurent Van Brempt.