Dossiers  >   × Fiscaliteit  >  Welke bedrijfswagen moet je vandaag kopen?

Welke bedrijfswagen moet je vandaag kopen?

19/05 - De aankoop van een bedrijfswagen is geen makkelijke beslissing om te nemen. De laatste jaren is de autofiscaliteit behoorlijk complexer geworden. Bovendien moet de keuze van een wagen niet alleen beantwoorden aan fiscale criteria, maar ook aan wensen van comfort, veiligheid, rijplezier en zelfs ecologie. Laurent Van Brempt van het boekhoudkantoor AllSee legt ons in detail de fiscale elementen uit die je in overweging moet nemen bij de beslissing om een nieuwe wagen aan te schaffen.

Vanuit fiscaal oogpunt moet men bij de aankoop van een wagen twee parameters van naderbij bekijken. Enerzijds het voordeel in natura voor het privégebruik van een bedrijfswagen dat de belasting op het inkomen verhoogt. Anderzijds is een bedrijfswagen een kost voor de vennootschap die slechts gedeeltelijk fiscaal aftrekbaar is en dus het fiscale voordeel van de vennootschap verhoogt en, in fine, de belasting op de winst. Toch meegeven dat we in dit artikel niet de situatie van zelfstandigen als fysieke personen analyseren, die toch een beetje anders is.

De berekening van het voordeel in natura is forfaitair en is in de voorbije jaren vele keren gewijzigd. Voordien was het voordeel in natura gebaseerd op het fiscale vermogen van de wagen. Nu is de mathematische formule om dit te berekenen de volgende: de cataloguswaarde van de wagen met opties en zonder korting, btw inbegrepen, wordt vermenigvuldigd met een CO2-coëfficiënt, met 6/7 en met een correctiecoëfficiënt in functie van de leeftijd van het voertuig. Als basis ligt de CO2-coëfficiënt vast op 5,5% voor CO2-emissies van 91 g/km (dieselwagens) of 111 g/km (benzinewagens). Elke bijkomende gram van CO2 verhoogt de coëfficiënt met 0,1% met een maximum van 18%. Vervuilt de wagen minder dan de referentie-emissies, dan doet elke gram die minder is de coëfficiënt dalen met 0,1% met een minimum van 4%. Jaarlijks gebeurt een update van de referentie-emissies in functie van de evolutie van de prestaties van wagens op de markt. De vermelde waarden zijn de referenties voor het inkomstenjaar 2020.

Samengevat zijn de formules in functie van het type brandstof de volgende.

Diesel:

Cataloguswaarde met opties x (5,5 + ((CO2-91) x 0,1)) % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van de wagen

 

Benzine, LPG en CNG:

Cataloguswaarde met opties x (5,5 + ((CO2-111) x 0,1)) % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van de wagen

 

Elektriciteit en waterstof:

Cataloguswaarden met opties x 4 % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van de wagen

 

Wat de berekening van het aftrekpercentage voor de vennootschap betreft, hier verandert het systeem voor het aanslagjaar 2021. De formule start voortaan met 120% en gaat met een bepaald percentage naar beneden. Dit percentage bekomt men door 0,5% te vermenigvuldigen met een brandstofcoëfficiënt en door het aantal gram C02-uitstoot per kilometer. De brandstofcoëfficiënt bedraagt 1 voor dieselwagens, 0,95 voor benzinewagens en 0,90 voor CNG-wagens met maximum 11CV. Bovendien is in alle hypotheses de aftrekbaarheid van de kosten beperkt tot 100% en niet 120% zoals dat vroeger het geval was. Daar komt nog bij dat de aftrekbaarheid van de benzinekosten het percentage van aftrekbaarheid van de wagen volgt, terwijl die voordien vastlag op 75%.

120 % - (0,5 % x brandstofcoëfficiënt x gram CO2 per kilometer)

 

In het geval van een hybride voertuig moeten twee belangrijke voorwaarden vervuld zijn om het aantal gram CO2 per kilometer officieel te laten meetellen. Enerzijds moet die lager zijn dan 50. Anderzijds moet de batterij een energetische capaciteit hebben van minstens 0,5 kWh voor 100 kg. Is dit niet het geval, dan zal de formule gebaseerd zijn op het aantal gram CO2 per kilometer van een voertuig met een thermische motor met een gelijkwaardig vermogen. Is dit niet zo'n voertuig, dan wordt het aantal gram met 2,5 vermenigvuldigd. In beide gevallen vermindert dit de fiscale aftrekbaarheid aanzienlijk. Er zijn overgangsmaatregelen voor hybride voertuigen die voor 2018 zijn aangekocht die door de nieuwe CO2-tests onder een andere regeling zouden vallen.

Dus, welke wagen moet je kiezen? Uit fiscaal oogpunt is de beste piste een hybride of volledig elektrische wagen. De aankoopprijs blijft echter heel hoog en je moet zeker rekenen op twee tot drie jaar om door middel van belastingaftrek dit te recupereren. We moeten er ook bij vermelden dat de jaarlijkse verkeersbelasting voor een elektrische wagen lager is. Bovendien is de methodologie van de CO2-emissietests door Dieselgate veranderd. De WLTP-test gebeurt voortaan op de weg en niet langer in een laboratorium zoals voordien. Dit betekent dat de CO2-emissies stijgen en dus ook verhoogde belastingen.

In het geval van een elektrisch voertuig stelt zich de vraag over het opladen thuis. "Wij raden onze klanten aan om een afzonderlijke meter voor de vennootschap te plaatsen. Als de vennootschap inderdaad de private elektriciteit vergoedt, dan wordt een voordeel in natura verrekend. Voor het aanslagjaar 2011 ligt dit vast op 1.030 euro, maar het is zelden dat het privéverbruik dit bedrag overstijgt", geeft Laurent Van Brempt mee.

Tot slot kunnen we stellen dat de regels over dit thema zo snel veranderen dat het moeilijker en moeilijker is om er zich in terug te vinden. "Uit de analyse kunnen we twee elementen weerhouden. Enerzijds is er vanuit de overheid de uitdrukkelijke wil om de aftrekbaarheid van bedrijfswagen te beperken. Anderzijds probeert men meer ecologische wagens meer voordelen te bieden, zelfs al is de fiscaliteit niet steeds hiervoor aangepast", besluit Laurent Van Brempt.

 

Romain Mertens : Belangenconflicten: geen •