Dossiers  >   Myeloproliferatieve neoplasieën  >  Myeloproliferatieve neoplasie: het verband tussen fragiliteit en klinische prognose …

Myeloproliferatieve neoplasie: het verband tussen fragiliteit en klinische prognose …

Volgens een groot populatieonderzoek1 is een significant percentage van de patiënten met een myeloproliferatieve neoplasie fragiel of fragiel aan het worden op het ogenblik dat de diagnose wordt gesteld, hoewel het gaat om veeleer jonge patiënten met een beperkte comorbiditeit. Na correctie voor vertekenende factoren correleerde ‘frailty’ met een hoger overlijdensrisico bij essentiële trombocytemie, de ziekte van Vaquez en myelofibrose.

‘Frailty' is prognostisch ongunstig bij een aantal kankers. Dat is echter nooit aangetoond bij myeloproliferatieve neoplasie, althans op het ogenblik dat de diagnose werd gesteld. Deze retrospectieve studie1 heeft de correlatie onderzocht tussen indicatoren van ‘frailty' en het overlijdensrisico ongeacht de doodsoorzaak. Tussen 2004 en 2019 hebben de vorsers 10 336 patiënten met een myeloproliferatieve neoplasie uit een kankerregister geselecteerd, onder wie 5108 patiënten met een essentiële trombocytemie, 3843 met een polycythaemia vera en 1385 met een myelofibrose. De ‘frailty' bij inclusie werd voor de laatste 2 jaar voor de diagnose van myeloproliferatieve neoplasie geraamd met de Johns Hopkins Adjusted Clinical Groups Frailty Indicator (ACG-F) en de McIsaac's Cumulative Deficit Frailty Index (mFI). Naargelang van dat cijfer werden de patiënten in drie groepen ingedeeld (< 0,10, 0,10-0,19, > 0,19). De mediane duur van de follow-up van patiënten met een essentiële trombocytemie, polycythaemia vera of myelofibrose bedroeg respectievelijk 3,8, 4 en 2,9 jaar. 

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen