Melanoom stadium III met BRAF-mutatie Immunotherapie en gerichte geneesmiddelen: monotherapie, sequentiële therapie of alles tegelijk?
De NeoTRIO-studie heeft drie schema’s als neoadjuvante behandeling vergeleken bij patiënten met een reseceerbaar melanoom stadium III met BRAF-mutatie: een PD-1-antagonist in monotherapie, een gericht geneesmiddel gevolgd door een PD-1-antagonist en concomitante toediening van een gericht geneesmiddel + een PD-1-antagonist. Het primaire eindpunt was het percentage pathologische respons. En de winnaar is …
Bij een gemetastaseerd melanoom met een BRAF-mutatie bestaat de eerstelijnstherapie uit een immunotherapie en/of een gericht geneesmiddel. Meerdere studies hebben geprobeerd te achterhalen wat de beste behandeling is: immunotherapie en daarna een gericht geneesmiddel indien tumorprogressie of omgekeerd. In de IMspire 150-studie waren de resultaten beter als meteen een combinatie werd gegeven van een PD-1- of PD-L1-antagonist en een BRAF- en een MEK-remmer, dan met enkel gerichte geneesmiddelen, maar die combinatietherapie veroorzaakte veel toxiciteit. In de SECOMBIT-studie was het responspercentage beter met de sequentie immunotherapie - gericht geneesmiddel dan met de omgekeerde sequentie. Tegen die achtergrond is de NeoTRIO-studie op touw gezet om definitief uit te maken wat de beste eerstelijnstherapie is.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen