Polycythaemia vera en essentiële trombocytemie Hydroxyureum of interferon?
01/09 - De behandeling van patiënten met een essentiële trombocytemie of polycythaemia vera heeft tot doel trombotische accidenten tegen te gaan. Dat gebeurt bij voorkeur met de cytoreducerende middelen hydroxyureum en interferon-alfa. Welk van beide moeten we kiezen? Het antwoord is te vinden in een vergelijkende fase III-studie uitgevoerd bij hoogrisicopatiënten die nog geen behandeling hadden gekregen.
Patiënten met een essentiële trombocytemie of polycythaemia vera lopen een hoog risico op vasculaire complicaties. Een ‘hoog risico' wordt gedefinieerd als een leeftijd > 60 jaar, een voorgeschiedenis van trombose of bloeding enkel bij essentiële trombocytemie, > 1 500 000 plaatjes/mm³ in geval van essentiële trombocytemie en > 1 000 000 in geval van ziekte van Vaquez, vasomotorische tekenen, splenomegalie, diabetes en behandelde hypertensie. Die ziekten kunnen worden gecompliceerd met trombotische accidenten en bloedingen, systemische symptomen, splenomegalie, evolutie naar myelofibrose en/of een blastencrisis. De behandeling bestaat in hydroxyureum of gepegyleerd interferon-alfa. Het is nooit bewezen dat het ene beter is dan het andere. Het Myeloproliferative Disorders Research Consortium heeft daarom een onafhankelijke vergelijkende gerandomiseerde fase III-studie op touw gezet.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen