Bij een melanoom stadium IIIA zou de grootte van de lymfekliermetastasen de therapeutische beslissing kunnen sturen
Bij patiënten met een vroeg stadium IIIA (American Joint Committee on Cancer) gemetastaseerd melanoom correleren tumorafzettingen van 0,3 mm of groter in de schildwachtklier met een hoger risico op tumorprogressie. Die patiënten zouden baat kunnen vinden bij een adjuvante systemische behandeling. Patiënten met kleinere tumorafzettingen zouden dan op dezelfde manier kunnen worden behandeld als patiënten met een AJCC-stadium IB met een negatieve schildwachtklier.
Dat zijn de conclusies van een nieuwe prospectieve analyse van patiënten met een melanoom die werden gevolgd in negen grote kankercentra in Australië, Europa en Noord-Amerika. Het artikel is online gepubliceerd in the Journal of Clinical Oncology.
De classificatie van een melanoom stadium III is moeilijk. Het betreft immers een heterogene groep van patiënten, waarvan de prognose erg wisselend kan zijn. Gezien die complexiteit wordt stadium III opgesplitst in vier subgroepen, gaande van een primaire hoogrisicotumor met synchrone lymfekliermetastasen (IIID) tot een primaire tumor in een vroeg stadium met een lage tumorlast in de schildwachtklier (IIIA). De prognose van die laatste groep is uitstekend (5 jaarsoverleving bijna 90%) en hun overleving is zelfs beter dan die van een aantal patiënten met een primair hoogrisicomelanoom stadium II met een negatieve schildwachtklier (AJCC-stadium IIB-IIC).
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen