De humorale respons op een mRNA-vaccin tegen COVID is zwakker bij behandeling van een immune trombocytopenische purpura met corticosteroïden
Vaccins tegen het SARS-CoV-2 zijn belangrijk bij het bestrijden van COVID-19 (ze verlagen vooral het aantal gevallen van ernstige COVID-19). Er kunnen evenwel onvoorspelbare en soms levensbedreigende auto-immune complicaties optreden zoals auto-immune trombopenie of immune trombocytopenische purpura (ITP).
Gezien de ontregeling van het immuunsysteem, die inherent is aan die complicatie en/of veroorzaakt wordt door de behandeling ervan (corticosteroïden en immunosuppressiva), hebben de auteurs de humorale respons op vaccinatie tegen het SARS-CoV-2 met een mRNA-vaccin onderzocht bij patiënten met een de novo ITP of een exacerbatie van al langer bestaande ITP.1
De studie is uitgevoerd bij 49 patiënten met een ITP (diagnose conform de internationale criteria, gesteld voor vaccinatie) die tussen juni 2021 en maart 2022 één of twee doses van een vaccin tegen het SARS-CoV-2 (r BNT162b2 of mRNA-1273) hebben gekregen. Bij die 49 patiënten zijn 4 exacerbaties van de ITP vastgesteld (bij 3 patiënten) en zijn 2 de novo gevallen van ITP opgetreden.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen