Dossiers  >   HIV  >  Antiretrovirale behandeling en chronische leverontsteking. Wat met de nieuwe antiretrovirale middelen?

Antiretrovirale behandeling en chronische leverontsteking. Wat met de nieuwe antiretrovirale middelen?

Dit is de eerste grootschalige studie die gekeken heeft naar chronische leverontsteking bij hiv-geïnfecteerde patiënten die werden behandeld met antiretrovirale middelen van de laatste generatie. ‘Leverontsteking’ werd daarbij gedefinieerd als een stijging van het alanineaminotransferase. Vier therapeutische klassen (NRTI, NNRTI, proteaseremmers en integraseremmers) werden geëvalueerd tijdens een mediane follow-up van 4 jaar. Eén klasse steekt erboven uit en blijkt niet hepatotoxisch te zijn.

13-18% van de sterfte bij hiv-geïnfecteerde patiënten is toe te schrijven aan leverlijden. Die patiënten vertonen vaak een chronische leverontsteking, ook als er geen sprake is van HBV- of HCV-infectie. De antiretrovirale middelen van de eerste generatie zouden daar de belangrijkste oorzaak van zijn. Maar er wordt ook een beschuldigende vinger uitgestoken naar NNRTI en proteaseremmers, die vooral door de lever worden gemetaboliseerd. Is dat ook zo met de recentere antiretrovirale middelen? Volgens recente gegevens1 van de NHS-studie zouden integraseremmers (INSTI) beschermen tegen chronische leverontsteking, maar het aantal patiënten in die studie was te klein om definitieve conclusies te kunnen trekken.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen