Dossiers  >   Epilepsie  >  Epilepsie en glioom: welke eerstelijnstherapie?

Epilepsie en glioom: welke eerstelijnstherapie?

Bij patiënten met een glioom en epilepsie wordt vaak eerst levetiracetam voorgeschreven. Er zijn echter nog heel wat andere anti-epileptica. Sommige hebben een enzyminducerende werking. Wordt levetiracetam vooral voorgeschreven wegens een hogere werkzaamheid of een betere tolerantie? Het antwoord vinden we in een studie, die de 2 opties als eerstelijnstherapie heeft vergeleken met als eindpunten het percentage mislukken van de behandeling en het aantal bijwerkingen.

Epilepsie is frequent bij patiënten met een hersentumor. Vaak wordt de tumor ontdekt naar aanleiding van epilepsieaanvallen. Dat is zo in 80% van de gevallen van laaggradig glioom, 40% van de gevallen van anaplastisch glioom en 20% van de gevallen van glioblastoom. Gezien het zeer hoge risico is het dus zeker gewettigd een anti-epilepticum te starten. Maar welk moet je kiezen? In de literatuur is daar niet veel over te vinden. Er zijn maar 2 klinische studies gepubliceerd en die hebben levetiracetam (LEV) vergeleken met pregabaline en fenytoïne. LEV was doeltreffend en werd goed verdragen. Die studies zijn echter niet stevig genoeg om een definitief antwoord te kunnen geven op de vraag of LEV te verkiezen is boven enzyminducerende anti-epileptica bij patiënten met een hersentumor. Oude anti-epileptica zoals fenytoïne (PHT), fenobarbital (PB), carbamazepine (CBZ) en oxcarbazepine (OXC) worden afgeraden bij patiënten met een glioom wegens hun invloed op het levermetabolisme en interacties met de chemotherapie, waarmee het glioom wordt behandeld.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen