Artrose en intra-articulaire injecties van corticosteroïden. Begeleiding van de patiënt
Als je beslist artrose te behandelen met intra-articulaire injecties van corticosteroïden, hoe ga je dan een sportieve patiënt van 58 jaar, die traint voor de triatlon, of een leerkracht van 50 jaar, die af en toe aan zaalsporten doet, begeleiden? Wat ga je aan- of afraden om maximaal baat te vinden bij de injectie? Antwoorden door een sportarts, dr. Nicolas Vandenbalck, gespecialiseerd in traumatologie, voorzitter van de Franstalige vereniging voor sportgeneeskunde en -wetenschappen (SFMSS) en orthopedisch chirurg, en prof. Jan Victor, diensthoofd orthopedie en traumatologie, UZ Gent).
Je kan een opflakkering van artrose behandelen met lokale injecties van corticosteroïden om het ontstekingsproces af te zwakken. Die optie wordt vooral toegepast bij knieartrose (naast pijnstillers en niet-steroïdale ontstekingsremmers en preoperatief viskosupplementen) tenzij er een contra-indicatie is. De pijn en de zwelling verminderen in enkele uren en het effect kan weken tot maanden aanhouden. In een Cochrane-review1 van 27 studies bij 1767 patiënten met gonartrose had 44% van de patiënten minder gewrichtspijn na intra-articulaire injecties van corticosteroïden en kon 36% beter functioneren. Het maximale effect houdt 4-6 weken aan (SMD - 0,41) en verdwijnt over het algemeen na 26 weken (SMD - 0,07) zoals is vastgesteld in een meta-analyse van een rist studies met een follow-up van 1 tot 6 maanden en langer.2 Hoe begeleid je de patiënt het best na een injectie?
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen